WANNEER DE
AFTELLING
EINDIGT

Hoofdstuk 8
GODS HEILIGE DAGEN OPENBAREN DE WAARHEID



TIJDENS DE PASCHA avond op de dag dat Christus gedood zou worden, zei hij in een van zijn gebeden tegen zijn Vader ‘Uw woord is waarheid’. God is de bron van alle waarheid, en de opzet van dit boek is om de waarheden die Hij aan Zijn Kerk geopenbaard heeft aan te belichten.

Je kansen om wat komen gaat te overleven en om anderen dusdanig te kunnen beïnvloeden zo dat ook zij dit zouden mogen overleven, is volledig afhankelijk van hoe je je terdege voorbereidt op datgene waarvan God openbaart dat het op het punt staat te gebeuren. Het is Gods grootste verlangen om diegenen die naar Hem zullen luisteren te helpen, en hen in een nieuw tijdperk te laten binnentreden – in hét Millennium.

De beste manier om je voor te bereiden is om alles wat hier in dit boek naar voren gebracht is, eerlijk en oprecht te beschouwen en onder ogen te zien. Als je besluit om te negeren wat als onjuist is aan de kaak gesteld wordt, dan is dat een persoonlijke keuze die niet zonder gevolgen zal zijn. Het is Gods oprechte verlangen om diegenen die zich tot Hem zullen keren genadig te zijn en te helpen. Wij zijn Zijn schepping. Wij bestaan vanwege Zijn liefde en doel voor ons.

Als jij besluit om jou leven te ontdoen van alles wat onjuist is en om de waarheid van God te omarmen, dan zal Hij jou zegenen en zal Hij voor jou tussenkomen om je te redden uit alles wat nu op het punt staat om met iedereen die op deze aarde leeft te gebeuren. De beste manier om je tot God te keren, is om de waarheid te omarmen die God in de Heilige Dagen die Hij aan de mensheid gegeven heeft over Zijn plan en doel openbaart. Die Heilige Dagen openbaren God zelf.

Je kan Gods tussenkomst en hulp alleen maar ontvangen als je oprecht en eerlijk erkent dat het onderwijs en de praktijken van het valse, onjuiste Christendom volledig onjuist zijn. Dat betekent dus duidelijk ook dat je alle andere zogenaamd ‘geestelijke’ of ‘spirituele’ onjuiste leerstellingen van andere religies zal verwerpen.



Vanwaar komt Religieuze verwarring?

In dit boek is aangetoond dat er veel tegenstrijdige ideeën de ronde doen, over God en Zijn doel voor de schepping van het menselijke leven. Mensen zijn verward en vaak zelfs geconflicteerd over wat er werkelijk gebeurt wanneer je sterft en wat er daarna gebeurt. Als er leven na de dood is, wat voor soort van leven is dat dan?

Lang geleden gaf God aan de mensheid specifieke dagen die zij moesten houden (vieren), en die zij voor heilig doel en gebruik apart moesten zetten. Die dagen openbaren het doel en plan waarom Hij de mensheid in leven riep en ook wat er na de dood in het verschiet ligt. Wanneer je leert waar deze dagen echt over gaan, leidt dit tot grotere kennis en inzicht over God Zelf en over waarom Hij het tijdelijke fysieke menselijke leven schiep.

De reden waarom de mensheid geen weet of kennis heeft van God en Zijn plan en doel voor haar bestaan, is omdat zij geen weet heeft van deze dagen die gehouden dienen te worden en daarom dus ook niet kan leren wat deze dagen openbaren. Dat is precies de reden waarom God de mensheid gebood om deze dagen te houden op de manier die Hij aangegeven heeft, zodat zij Hem en Zijn liefde voor Zijn schepping zou kunnen leren kennen.

Maar de menselijke natuur is erop gericht om zich tegen God te verzetten en om de waarheid over God te veranderen naar iets wat makkelijker te verteren is voor die egoïstische natuur die er slechts op uit is om zichzelf te behagen door te leven op gelijk welke manier die zij verkiest om te leven. De mensheid wil niet dat iemand haar vertelt hoe zij dient te leven, en daarom heeft zij betracht om religie en ideeën over God makkelijker verteerbaar te maken voor de hoogmoedige menselijke natuur.

Voor het gezonde verstand lijkt het tegenstrijdig dat de mensheid zich verzet tegen Gods instructies over hoe het leven geleefd dient te worden en deze verwerpt. Tenslotte heeft Hij ons gemaakt en weet Hij dus best wat gezonde relaties en vrede, en ook gelukkige productieve levens zal voortbrengen. Ouders kunnen uit de eerste hand ervaren hoe hun eigen kind zich tegen hen verzet terwijl zij proberen om het te leren wat zij geloven dat het beste voor hen is. Gods wijsheid en liefde gaan die van menselijke ouders oneindig verre te boven, en Hij weet absoluut wat het beste is voor ons, maar toch verzetten Zijn eigen kinderen zich ook tegen Hem.

Het begin van het ontwikkelen van een betekenisvolle relatie met God is gehoorzaamheid aan het houden van Zijn Sabbatten. De wekelijkse Sabbat geeft een volledig overzicht weer van Gods plan. En de Jaarlijkse Sabbatten, die ook door God geboden zijn en gehouden moeten worden op de manier die Hij aangegeven heeft, bevatten meer details en bijzonderheden over dit plan.



Kalenders hebben verwarring gezaaid

Voordat we het gebod om de 7de dag Sabbat te houden nader gaan bekijken, moeten we eerst goed begrijpen dat de wereldse kalenders verschillen in hoe de dagen van de week daarin gerangschikt worden. Dit heeft voor veel verwarring gezorgd wanneer het er op aan komt dat je probeert te begrijpen wanneer Gods Sabbat gehouden dient te worden.

De meeste mensen zijn er zich heden ten dage niet van bewust dat de kalenders in de meeste landen ter wereld veranderd werden, zodat zij anders zouden zijn dan hoe God heeft aangegeven dat de jaarlijkse tijd gerekend moet worden. Door de eeuwen heen heeft men zich grote inspanningen getroost om de Bijbelse cyclus van de 7de dag Sabbat te veranderen.

In de recente geschiedenis hebben landen geprobeerd om allerlei meeteenheden te standaardiseren. In deze moderne tijd van technologie, fabricage en uitvindingen is het zeker een goed idee om standaardisering te implementeren, vooral met het oog op de wereldwijde handel. Er zijn inmiddels al veel meeteenheden gestandaardiseerd. Veel landen hebben ondertussen bijvoorbeeld het metrische stelsel ingevoerd, terwijl sommige landen dit nog steeds koppig weigeren te doen.

Maar wat betreft de standaardisering van het markeren van de tijd is er altijd grote verwarring en onenigheid geweest. De Verenigde Naties hebben hierin in de recente geschiedenis een grote rol gespeeld. De Internationale Organisatie voor Standaardisatie (ISO) begon in een publicatie onder de naam ‘ISO 8601:1988’ die zoals de titel doet vermoeden en in 1988 uitgegeven werd, met het standaardiseren van de kalender. In dit systeem werd de Zondag aangegeven als de zevende dag van de week in de wekelijkse cyclus, en Maandag werd de eerste dag van de week.

Nog voordat deze verandering in 1988 gemaakt werd, waren er verschillende landen in Europa die dit al lang gedaan hadden. Maar de meesten die aan deze standaardisering deelnamen weten echter niet dat er achter de doorvoering van deze verandering een samenzweerderig doel verscholen zat. Velen hebben deze verandering gemaskeerd als een poging om de ‘werkweek’ te definiëren, waarbij de cyclus van de eerste vijf dagen van de week begint op Maandag en eindigt op Vrijdag. Daardoor vallen de laatste twee dagen van de wekelijkse cyclus op Zaterdag op de 6de dag van de week, waardoor automatisch Zondag de 7de dag van de week wordt.

Het bijzondere aan deze verandering is dat alle nieuwe generaties die lezen over Gods Sabbat die op de zevende dag van de week valt, de onjuiste zekerheid krijgen dat Zondag hiervoor dus de aangewezen dag is. Maar dat is een verkeerde veronderstelling.

Het Jodendom heeft nooit de correcte timing van de wekelijkse Sabbat uit het oog verloren. Christus zelf was het met de Joden eens over het feit dat de dag die zij als de zevende dag van de week in acht namen, wel degelijk de wekelijkse Sabbat was zoals door God geboden. Voordien en sinds die tijd hebben de Joden altijd geweten welke de correcte dag voor het houden van de zevende dag Sabbat is.

Slecht een handvol landen ter wereld hanteren een kalender die waarheidsgetrouw is en overeenkomt met de ware wekelijkse cyclus. Op die kalenders wordt de Zondag correct weergegeven als de eerste dag van de week, en is Zaterdag de zevende dag, wat de ware tijd voor het houden van Gods Sabbat is.

Maar kalenders die de wekelijkse cyclus op Maandag beginnen zijn onjuist, omdat zij Zondag als de zevende dag aangeven, en toch is dat de kalender die door de overgrote meerderheid van landen gebruikt wordt. Zondag is niet de Bijbelse zevende dag van de week. Het is niet Gods 7de dag Sabbat.

Het veranderen van de wekelijkse cyclus is niets nieuws. Daar werd door de eeuwen heen in heel de wereld meermaals aan gemorreld. Maar telkens wanneer de mensheid zich met dit soort van praktijken bezighoudt gaat zij tegen datgene wat lang geleden door God werd vastgelegd in. Van in het begin van de tijdsrekening op aarde, stelde God een wekelijkse cyclus van zeven dagen binnen de maanden van elke jaarcyclus in.



DE WEKELIJKSE SABBAT

Onze Schepper

Een ware en juiste relatie met de Ene Eeuwige Uit Zichzelf Bestaande Almachtige God kan pas beginnen wanneer je tot het punt komt dat jij je voor Hem willen vernederen, en de ware wekelijkse Sabbat die door Hem geboden is gaat houden. Niemand kan een ware relatie met God hebben, tenzij zij Hem aanbidden op de gezette tijden die door Hem geopenbaard zijn. Al het andere is ongehoorzaamheid aan en godslastering ten opzichte God.

God wil dat Zijn schepping naar Hem luistert en Hem waarlijk aanbidt zoals Christus dit zei.

‘Maar de tijd komt en is er nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden. God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.’ (Johannes 4: 23 - 24)

Er bestaat geen andere manier om God te aanbidden. Hij eist dat dit in waarheid gebeurt. Deze verzen tonen dat er een tijd zal komen dat de wereld God in waarheid zal gaan aanbidden. Dat zal na de wederkomst van Christus in het Millennium wereldwijd beginnen te gebeuren. In Christus’ tijd begon een klein aantal mensen op die manier te aanbidden, en zij bleven dit doen in de Kerk nadat deze in 31 na Christus gevestigd werd.

God openbaart het belang van de wekelijkse Sabbatdag en hoe deze tot stand kwam. Dat heeft alles te maken met het doel waarvoor Hij de mensheid schiep. De wekelijkse Sabbat dient om iedereen te herinneren aan de scheppingsweek waarin de mensheid geschapen werd, en aan het feit dat Hij onze Schepper is!

‘Zo zijn de hemel en de aarde voltooid, en heel haar menigte. Toen God op de zevende dag Zijn werk, dat Hij gemaakt had, voltooid had, rustte Hij op de zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. En God zegende de zevende dag en heiligde die (apart gezet voor heilig doel en gebruik) , want daarop rustte Hij van al Zijn werk, dat God schiep door het te maken.’ (Genesis 2: 1 - 3)

Je kan hierover veel uitgebreider en gedetailleerder informatie terugvinden in ander lectuur van Gods Kerk, want veel mensen denken dat dit verslag van de schepping waarvan sprake in Genesis 1 en 2 gaat over de tijd dat God oorspronkelijk de aarde en het heelal schiep. Dat is echter niet waar. De aarde werd minsten honderdduizenden en misschien wel miljoenen jaren eerder geschapen. Dat zou makkelijk te begrijpen moeten zijn, zuiver uit wetenschappelijk bewijs hierover.

Na de oorspronkelijke schepping was er uitbundig planten- en dierenleven op de aarde. Er ligt overal ter wereld in de vorm van fossielen een ontzettend grote bewijslast hiervan verspreid. Maar wat men niet weet is dat Satan lang geleden, nadat hij tegen God rebelleerde, alle leven op aarde vernietigde. De verwoesting die hij toen teweegbracht gebeurde in een oogwenk, omdat hij trachtte de hele aarde te vernietigen.

Satan beschikte over de macht om uitgestrekte gebieden van de aarde uiteen te rijten, de aarde uit haar normale baan te slaan, haar omwenteling te verstoren en haar atmosfeer totaal te verduisteren. Als gevolg van de snelheid waarmee dit alles plaatsvond daalde de temperatuur binnen de atmosfeer van de aarde dusdanig laag dat alle planten- en dierenleven ogenblikkelijk volledig bevroor.

Wanneer je dus begint te lezen over wat God tijdens die eerste zes dagen deed, dan wordt daar dus niet de schepping van de aarde beschreven. De aarde was niet volledig verwoest, zij bestond nog. Zij was tienduizenden jaren lang onbewoonbaar gebleven, misschien zelfs wel honderdduizenden jaren lang.

De context in Genesis 1 en 2 is dat de aarde er al was, maar dat haar oppervlak op dat tijdstip door God herschapen en vernieuwd werd, zodat er terug leven op kon bestaan. En op de zesde en laatste dag van die herschepping, schiep God tijdelijk fysiek menselijk leven, samengesteld uit fysiek materie. God openbaart in de Bijbel dat dit het beginstadium van het hoogtepunt van Zijn schepping was.

‘Want in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde gemaakt (om Zijn werk – te doen, verwezenlijken, uitvoeren), de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom zegende de Here de Sabbatdag en heiligde die.’ (Exodus 20: 11)

De verzen die hieraan vooraf gaan bevatten Gods gebod om de zevende dag van de week als de wekelijkse Sabbat te houden en haar te heiligen – haar apart te zetten als de ware wekelijkse heilige dag. De eerste les die de wekelijks Sabbat ons zou moeten leren is wat dit vers ons over God verteld: Hij is de Ene die opnieuw leven op aarde schiep – Hij is onze Schepper! Als je niet kan bevatten of geloven dat God ons schiep, waarom zou je dan luisteren naar wat Hij zegt? Maar als hij onze Schepper is dan zouden we maar beter aandachtig luisteren naar wat Hij te zeggen heeft.



God legde de tijd vast

De wekelijkse Sabbat valt op de zevende dag van de week, en dat is al zo sinds de dagen van Adam en Eva. Precies zoals tijdens de scheppingsweek door God werd vastgelegd dat de week zeven dagen zou tellen, zou ook Gods plan voor de mensheid een periode van 7.000 jaar beslaan.

De eerste zes dagen van de week reserveerde Hij voor de mensheid om daarop hun eigen werk te doen, maar de zevende dag was Gods tijd – de Sabbat. Naar analogie heeft de mensheid ook 6.000 jaar gekregen om haar eigen manier van leven te leven, maar net zoals de zevende dag Sabbat behoort de laatste periode van 1.000 jaar God toe, en dan zal er op Gods manier geleefd worden! Het is Gods tijd!

Maar weinig mensen geloven het verhaal over hoe God Noach naar een nieuwe wereld overbracht. En wij leven nu in een tijd waarin het voor mensen nog moeilijker te geloven is dat God op het punt staat om de hele mensheid in een nieuwe wereld over te brengen, maar deze keer in een wereld waarin het Koninkrijk van God over alle landen ter wereld zal regeren – een 1.000-jarige periode waarin het Koninkrijk van God over de mensheid regeert.

Het zou ons duidelijk moeten zijn dat God de zevende dag apart zette doordat Hij deze persoonlijk heiligde. God deed dat met geen enkele andere dag van de week. De Bijbels betekenis van ‘geheiligd’ zijn is: ‘apart gezet voor heilig doel en gebruik’. God zette niet de zesde dag (Vrijdag) noch de eerste dag (Zondag) apart voor heilig doel en gebruik. Het was van in het begin Gods bedoeling om voor altijd de zevende dag apart te zetten als de Sabbat voor de mensheid. God bepaalde de tijdscycli en Hij vertelde de mensheid hoe zij die diende te houden.

‘En God zeide: Dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels (atmosfeer, luchtruim) om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot tekens (om de tijd te ‘markeren’) zowel van gezette tijden als van dagen en jaren.’ (Genesis 1: 14)

Het Hebreeuwse woord ‘gezette tijden’ betekent zoveel als wat wij vandaag een ‘afspraak’ zouden noemen. De tijd is exact. God maakte het zo dat de tijd een berekenbare factor in het leven zou zijn. Wij kunnen specifieke momenten in de tijd vastleggen voor elk doel wat wij voor ogen hebben. Van in het begin, van bij de scheppingsweek, bepaalde God specifieke momenten die Hij persoonlijk voor de mensheid apart zette; het waren afspraken met Hem waaraan wij ons dienen te houden. De wekelijkse Sabbat is zo’n afspraak, die nooit verandert. Iedere zevende dag dient de mensheid zich aan die afspraak met God te houden! God maakt dit overduidelijk aan ons.

‘De HEERE sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: De feestdagen (Hebreeuws – ‘gezette tijden’ – dit is niet het Hebreeuwse woord voor ‘feesten’)van de HEERE, die gij moet uitroepen, zijn heilige samenkomsten (Hebreeuws – geboden samenkomsten). Dit zijn Mijn feestdagen (Hebreeuws – gezette tijden): Zes dagen mag er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het Sabbat, een dag van volledige rust, een heilige samenkomst (Hebreeuws – geboden samenkomst). Geen enkel werk moogt gij doen. Het is in al uw woongebieden een Sabbat voor de HEERE. Dit zijn de feestdagen (gezette tijden) van de HEERE, de heilige samenkomsten (geboden samenkomsten), die gij op hun vastgestelde tijd (gezette tijden) moet uitroepen. In de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, tegen het vallen van de avond (na zonsondergang), is het Pascha voor de HEERE. En op de vijftiende dag (een jaarlijkse Heilige Dag – en jaarlijkse Sabbat) van die maand is het Feest (dit is wel het Hebreeuwse woord voor ‘feest’) van Ongezuurde Broden voor de HEERE. Zeven dagen lang moet gij dan ongezuurde broden eten.’ (Leviticus 23: 1 - 6)

Het traditionele Christendom (Katholiek, Protestant, etc.) heeft getracht om dit gebod aangaande de zevende dag Sabbat en de jaarlijkse Sabbatten die hier opgesomd worden af te schaffen. Zij hebben geen probleem met negen van de tien geboden, maar zij hebben wel geprobeerd om het vierde gebod ‘Gedenk de Sabbatdag, dat gij die heiligt’ (Exodus 20:8) ‘af te schaffen’. Zij hebben of getracht om het gebod betreffende de Sabbat af te schaffen, of zij zeggen dat de wekelijkse Sabbat nu op Zondag valt. Maar God zegt dat het houden van de zevende dag Sabbat een eeuwig verbond is! (Exodus 31: 15 - 17)

Het Levitische stelsel met zijn wetten met betrekking tot ceremonies en offergaven, werd door Jozua de Christus veranderd van het Oude Testament naar het Nieuwe Testament (zoals deze in de Bijbel genoemd worden). Het offer van Christus maakte een einde aan de vereiste om dierenoffers te brengen. Zijn offer maakte ook dat het Levitische stelsel met zijn priesterschap dat dienstdeed in de fysieke tempel en daar het offersysteem uitoefende niet langer nodig was.

Christus zelf dient nu als Hogepriester in de geestelijke tempel van God, hij vervulde het offersysteem en zodoende was het niet langer nodig om dit voort te zetten. Maar Christus heeft niet Gods wetten afgeschaft, zoals zo velen in het traditionele Christendom (Katholiek, Protestant, etc.) beweren. Hij maakte slechts een einde aan de wetten betreffende het Levitische stelsel.

Gods wet die in de Tien Geboden staat, is nog nooit veranderd. De apostelen en de Nieuw Testamentische Kerk hielden zowel de zevende dag Sabbat als de jaarlijkse Sabbatten. Een dertigtal jaar na de dood van Jozua de Christus onderwees de apostel Paulus Gods mensen over het belang van het houden van de Sabbat, het Pascha en de Heilige Dagen.

‘Want Hij heeft ergens over de zevende dag als volgt gesproken: En God heeft op de zevende dag van al Zijn werken gerust.’ (Hebreeën 4: 4)

Paulus legde uit dat Israël geweigerd had om naar Gods instructies te luisteren, want zij konden dat ook niet, omdat het geloof hun ontbrak dat enkel mogelijk gemaakt wordt door het ontvangen van Gods geest. Paulus legde uit dat er één specifieke dag apart gezet (gereserveerd) is voor de mensheid, waarop zij Gods stem – Zijn instructie – kunnen horen.

‘Stelt Hij wederom een dag vast (God heeft één specifieke dag ‘aangewezen’ of afgebakend’ – Hij heiligde de zevende dag), heden, als Hij door David na zo lange tijd spreekt, zoals boven gezegd werd: ‘Heden, indien gij Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet.’ (Hebreeën 4: 7)

Vervolgens legde Paulus nog meer in detail aan de Kerk uit wat dit alles inhield. Het traditionele Christendom (Katholiek, Protestant, etc.) heeft nooit begrepen wat Paulus onderwees en zij hebben dit zelfs fout vertaald omdat zij het belang van deze dag die door God geboden is niet willen erkennen en omdat zij zeker niet begrijpen wat deze dag symboliseert.

‘Want indien Jozua (de Jozua uit het Oude Testament die de kinderen Israëls het beloofde land binnen leidde) hen in de rust gebracht had, zou Hij (God) later niet over een andere dag gesproken hebben. Er blijft dus een Sabbatsrust (dit is niet het woord voor ‘rust’ zoals de meeste vertalingen weergeven, maar hier wordt het Griekse woord ‘Sabbatismos’ gebruikt wat Sabbat betekent) voor het volk van God. Want wie tot Zijn rust (in de rust van Gods wekelijkse zevende dag Sabbatdag) is ingegaan, is ook zelf tot rust gekomen van zijn werken (gestopt met het navolgen van zijn eigen menselijke wegen door te streven om Gods levenswijze te volgen), evenals God van de zijne (toen God op de zevende dag rustte van Zijn scheppingsarbeid). Laten wij er dus ernst mede maken om tot die rust (de rust van de Sabbatdag) in te gaan, opdat niemand ten val kome door dit voorbeeld van ongehoorzaamheid te volgen.’ (Hebreeën 4: 8 - 11)

Paulus legde uit dat Jozua (die na Mozes’ dood het volk Israël leidde) aan Gods volk niet het soort van rust kon geven dat door het houden van de Sabbat wordt uitgebeeld. Nadat Israel veertig jaar in de wildernis rondgezworven had en vervolgens door Jozua het fysieke beloofde land werd binnengeleid, gingen zij niet het soort van rust in die door de zevende dag Sabbat uitgebeeld wordt. Paulus legde uit dat Gods volk nog niet die rust was binnengetreden die door de laatste 1.000 jaar (het Millennium) wordt uitgebeeld, wanneer Gods regering onder leiding van de Messias zal regeren – de geestelijke rust van het Millennium waar Jozua de Christus Gods mensen zal binnenleiden.

Wanneer je Gods wekelijkse Sabbat houdt dan kan je beginnen te begrijpen wat God ons leert door de naleving hiervan, en dan zal je ook wekelijks onderwijs ontvangen over Gods plan en doel. God onderwijst zijn mensen op de Sabbat, en leidt hen zo voortdurend tot grotere geestelijke groei aangaande Zijn manier van leven.

Gods Sabbatten (wekelijks en jaarlijks) zijn een herkenningsteken – een teken – van Gods volk, omdat alleen Zijn mensen ze kennen en ze ook houden in de geest en in waarheid, zoals Hij gebiedt.

‘Heilig Mijn Sabbatten, zodat ze tot een teken zijn tussen Mij en u, zodat gij weet dat Ik, de Heere (de Eeuwige), uw God ben.’ (Ezechiël 20: 20)

Je moet dus eerst Gods geboden Sabbatten gaan houden als je God waarlijk wilt leren kennen.

De zevende dag van elke week is de dag dat de mens van zijn normale doordeweekse werk moet rusten, omdat het gebod is dat er op de Sabbat geen gebruikelijk (dagelijks) werk gedaan mag worden. Dit geldt evenzeer voor de jaarlijkse Sabbatten (Hoog Dagen – Heilige Dagen). Op deze dagen mag er geen gebruikelijk werk gedaan worden.

De wekelijkse Sabbat en de jaarlijkse Sabbatten moeten gehouden worden, dat betekent dat zij apart gezet (gereserveerd) dienen te worden voor heilig doel en gebruik door diegenen die ze houden. Dat is wat er bedoeld wordt wanneer God zei dat Zijn Sabbatten geheiligd moeten worden. Hoewel de wekelijkse Sabbat altijd op de zevende dag van de week valt, toch kunnen de geboden jaarlijkse Sabbatten (Heilige Dagen) op andere dagen van de week vallen, behalve één, en dat is Pinksteren.

De Sabbatten zijn voor de mens apart gezet (gereserveerd), om op die dagen meer op God gericht te kunnen zijn. Zij moeten op die dagen samenkomen met anderen, in wat door God ‘heilige samenkomsten’ genoemd worden. Dat is de tijd die apart gezet (gereserveerd) is zodat mensen kunnen luisteren naar het onderwijs van Gods ministers bij die gelegenheden. Dat is de tijd dat families en vrienden meer tijd kunnen spenderen met anderen die ook voor dat doel deze tijd apart gezet hebben.



HET PASCHA

De eerste Jaarlijkse Heilige Samenkomst

We hebben gezien dat de wekelijkse Sabbat een voorafschaduwing is van een overzicht van Gods 7.000-jarige plan voor de mensheid. Maar de jaarlijkse geboden heilige samenkomsten geven ons meer details van dat grote plan en geven veel meer toelichting daarbij.

God gaf aan de mensheid wekelijkse ‘gezette tijden’ en jaarlijkse ‘gezette tijden’ die wij moeten nakomen en waarnemen met Hem. De eerste jaarlijkse heilige samenkomst is geen jaarlijkse Sabbat, maar deze dient wel als eerste gehouden te worden, voordat de jaarlijkse Heilige Dagen – Jaarlijkse Sabbatten – gehouden kunnen worden. Die eerste geboden ‘gezette tijd’ die wij moeten houden is het Pascha.

Het Pascha is een ‘geboden samenkomst’ die aan het begin van de Pascha dag na zonsondergang plaatsvindt. Het is geen Sabbat, en dus geen Heilige Dag of Hoog Dag, en er mag dus werk gedaan worden op die dag. Het is in dat opzicht dan ook een unieke jaarlijkse samenkomst.

Gods plan van verlossing (bevrijding, redding) begint met deze dag. Als je het Pascha – zijnde Jozua de Christus – niet ontvangt, dan kan je ook geen relatie met God beginnen. Als je Jozua als ons Pascha aanvaardt en vervolgens het jaarlijkse Pascha gaat houden, dan zal dat jou in staat stellen om aan het proces van verlossing beginnen, wat dan de zegeningen zal voortbrengen die God voor iedereen wenst. De jaarlijkse Heilige Dagen die daarop volgen openbaren het plan van verlossing, maar je kan niet in dat plan opgenomen worden totdat je eerst het Pascha ontvangt. Daarom is dus het Pascha de eerste jaarlijkse Heilige samenkomst.

Door de eeuwen heen hebben velen de correcte timing van wanneer Gods Pascha gehouden dient te worden verkeerd begrepen, fout geïnterpreteerd, verdraaid en zelfs met opzet veranderd. Het juiste tijdstip om het Pascha te vieren werd onder vuur genomen, precies zoals de wekelijkse Sabbat ook altijd al onder vuur gelegen heeft.

Het is altijd al Satans verlangen geweest om de mensheid te misleiden zodat zij gelijk wat zouden geloven behalve de waarheid over Gods wekelijkse Sabbat en het houden van het Pascha. De reden daarvoor is omdat het houden van die twee geboden samenkomsten het startpunt is voor het ontwikkelen van een oprechte en ware relatie met God.

Het was die nieuwe kerk in het Romeinse Rijk onder Constantijn de Grote die zichzelf valselijk Christelijk noemde, die de dag voor het houden van de wekelijkse Sabbat van Zaterdag naar Zondag veranderde. Zij verbood het Pascha en verving het jaarlijkse Pascha door de jaarlijkse feestdag Pasen (Engels – Easter).

Gods Kerk bezit ook literatuur die heel gedetailleerd en exact beschrijving geeft van de juiste timing voor het houden van het Pascha, voor wie dit graag grondiger wil bestuderen. Je kan deze literatuur terugvinden op onze website (www.cog-pkg.org) onder de hoofding ‘Publicaties’ en de titel ‘De Timing van het Pascha.

De correcte timing voor het houden van het Pascha is zo ontzettend belangrijk omdat het Pascha het allereerste middel bij uitstek is waardoor je de ware Messias kan leren kennen, en waardoor je ook alles wat onjuist is kan beginnen te zien. Daardoor zal je ook beter valse, onjuiste leermeesters, valse religies en elke organisatie die valse, onjuiste leerstellingen gedogen kunnen identificeren. Het dient gezegd te worden dat ook het Jodendom (dat nochtans beter zou moeten weten) het Pascha niet correct houdt, doordat zij een verkeerde timing aanhouden en omdat zij er een verkeerde betekenis en symboliek aan verbinden, die anders is dan wat door God gegeven werd.

In Leviticus 23 staan al Gods ‘gezette tijden’ opgelijst. Deze jaarlijkse ‘gezette tijden’ (heilige samenkomsten) beginnen met het Pascha.

‘In de eerste maand, op de veertiende der maand, tussen de twee avonden is het Pascha des Heeren.’ (Leviticus 23: 5)

Velen zijn bekend met het verhaal van de exodus uit Egypte. Op dat moment gaf God het Pascha als ‘geboden samenkomst’ aan de Israëlieten.

‘En de Here zeide tot Mozes en tot Aäron in het land Egypte: Deze maand zal u het begin der maanden zijn (dit valt in de lente); zij zal u de eerste der maanden van het jaar zijn. Spreekt tot de gehele vergadering van Israël als volgt: op de tiende van deze maand zal ieder voor zich een stuk kleinvee nemen, familiegewijs, een stuk kleinvee per gezin. Een gaaf, mannelijk, éénjarig stuk kleinvee moet gij nemen; gij kunt dit nemen van de schapen of van de geiten.’ (Exodus 12: 1 - 3,5)

Dat ‘gaaf mannelijk lam’ stelde symbolisch Jozua de Christus voor, die zonder zonden was. De apostel Petrus legde dit als volgt uit aan de Kerk.

‘Wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die (u) van de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam.’ (1 Petrus 1: 18 - 19)

In het vervolg van het relaas in Exodus wordt getoond wat het symbool zou zijn voor het vergoten bloed van de Messias, tot aan de tijd dat hij zou komen om dit te vervullen. De Israëlieten moesten voor het Pascha een lam doden. Zij moesten het bloed van dit lam op de grond spillen, en toen, die allereerste keer dat het Pascha gehouden werd, moesten zij van dat bloed nemen en het op de drie deurposten van hun huisdeur aanbrengen. Christus’ bloed zou ook op de aarde gespild worden, omdat hij de symboliek van deze lammeren zou vervullen als het ware Lam Gods.

‘En zij zullen van het bloed nemen en het aan de beide deurposten strijken en aan de bovendorpel, aan de huizen waarin zij het eten zullen. (Exodus 12: 7)

‘Want Ik zal in deze nacht door het land Egypte trekken en alle eerstgeborenen in het land Egypte treffen, van de mensen tot het vee. En Ik zal aan al de goden van de Egyptenaren strafgerichten voltrekken, Ik, de Heere. En het bloed zal u tot een teken zijn aan de huizen waarin u verblijft. Als Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan (Engels – ‘pass over’; het Engelse woord voor Pascha is ‘Passover’) en er zal geen plaag onder u zijn die verderf teweegbrengt, als Ik het land Egypte zal treffen. (Vers 12 en 13)

Dit beeld uit wat Jozua de Christus voor de mensheid zou vervullen. Hij is ons Pascha (Engels – Passover) en door zijn bloed kunnen wij gered worden van de straf voor zonde - van de eeuwige dood – een laatste oordeel voor alle eeuwigheid.

‘Want het loon van de zonde is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door Jozua de Christus, onze Heere.’ (Romeinen 6: 23)

De straf voor zonden die niet vergeven zijn is de dood – een eeuwig oordeel – eeuwige dood waaruit je nooit meer tot leven opgewekt kan worden.

Jozua de Christus, de Zoon van God, het Lam Gods, was Gods Pascha offer aan de mensheid, waardoor wij van de dood gered kunnen worden. De doodstraf ‘gaat aan ons voorbij’ (Engels – ‘passes over’). Dat is waar wij moeten beginnen in Gods plan van redding. Het begint allemaal bij Jozua de Christus. Er hangt ons allemaal de doodstraf boven het hoofd vanwege onze zonden, totdat we het offer van Christus aanvaarden, waardoor ze weggenomen kunnen worden als wij ons bekeren van onze zonden. Alleen het bloed van Christus in onze plaats vergoten, kan die straf wegnemen. Dat is Gods Pascha offer aan ons, voor ons.

‘Daarom, zoals door één mens (Adam) de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben.’ (Romeinen 5: 12)

Onze zonden moeten eerst vergeven worden, voordat wij een relatie met God de Vader kunnen beginnen. Enkel en alleen na bekering en de doop kan in ons het proces beginnen waardoor wij bevrijd kunnen worden van onze eigen egoïstische menselijke natuur en van de macht die Satan over ons heeft, die ons in het duister houdt en ons misleid. Dat is Gods plan voor onze verlossing uit geestelijk Egypte.

‘Hij (God) heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden.’ (Colossenzen 1: 13 - 14)

Gods Kerk houdt deze jaarlijkse herdenkingsceremonie precies op dezelfde manier zoals Christus dat samen met zijn discipelen deed op die bewuste Pascha avond na zijn laatste avondmaal met hen. Bijna 20 jaar na Christus’ dood, gaf de apostel Paulus instructies aan Gods Kerk in Korinthe over het belang van het jaarlijkse Pascha en de manier waarop dit gehouden dient te worden.

‘Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd (hoe het Pascha gehouden dient te worden), dat de Heere Jozua in de nacht (de Pascha nacht) waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis (elk jaarlijks Pascha). Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als gij die drinkt, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als gij dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondigt gij de dood van de Heere, totdat Hij komt.’ (1 Corinthiërs 11: 23 - 26)

Met deze instructies voor de Kerk (het geestelijke Israël van God), stelde Jozua de Christus de nieuwe symbolen voor het Pascha in, op dezelfde avond dat het Paschalam geslacht, geroosterd en gegeten werd. Op de avond aan het begin van de veertiende dag van de eerste maand, moesten de Israëlieten een lam slachten en opeten en zo deze jaarlijkse ceremonie houden. Vandaag houdt de Kerk van God het Pascha door jaarlijks deel te nemen aan het symbolisch eten van het vlees en drinken van het bloed van het Lam Gods. Het vlees wordt gesymboliseerd door het eten van een klein stukje ongezuurd brood, en het bloed wordt gesymboliseerd door het drinken van een klein beetje wijn.

Zoals we eerder uitgelegd hebben, gaf God aan de mens het vermogen om de ene dag van de andere te onderscheiden, doordat een nieuwe dag begint op het moment dat de zon op de voorgaande dag ondergaat. Het nachtgedeelte wanneer het Pascha gehouden wordt is dus het begin van die dag. Alles wat er tijdens het daglicht gedeelte van diezelfde Pascha dag nog zou gebeuren, werd ook door Jozua de Christus vervuld.

Toen het volk Israël het Pascha hield, moesten zij per familie een lam slachten en dat opeten. In de Bijbel wordt dit beschreven als ‘dit is een Pascha-offer voor de Heere’. Zowel het eten van een lam door de Israëlieten op de nacht aan het begin van de veertiende, als het deelnemen aan de symbolen van het brood en de wijn door de Kerk vandaag, symboliseren beide dat God Zijn Zoon opgeofferd heeft voor de mensheid. Het beeld ook uit dat de Messias vrijwillig er mee instemde om zijn leven als een offer te geven. God de Vader en Jozua de Christus brachten vrijwillig dit offer voor de mensheid, en daarom was het ook waarlijk ‘het Pascha offer van de Heere’.

Echter, het tijdstip waarop Christus stierf was halverwege de namiddag van de Pascha dag. Hiermee werden ook de activiteiten van de Israëlieten vervuld, waar zij druk mee bezig waren gedurende diezelfde periode van het begin van het Pascha tot aan het Feest van Ongezuurde Broden dat daarop volgde. Gedurende de namiddag periode van de Pascha dag waren de Israëlieten bezig met de voorbereidingen voor de eerste jaarlijkse Heilige dag het ‘Feest van Ongezuurde Broden’, dat na de zonsondergang van de Pascha dag zou beginnen.

Het slachten van de offerdieren en alle andere voorbereidingen voor het feest dat zou volgen, gebeurde allemaal gedurende die namiddag van de Pascha dag. Maar het feesten en het offeren van deze dieren op het altaar konden pas na zonsondergang beginnen, wanneer die Heilige Dag begon.

De dieren die gedurende de namiddag van de Pascha dag gedood werden ter voorbereiding van de eerste dag van het ‘Feest van Ongezuurde Broden’, worden in de Bijbel de ‘Pascha offers’ genoemd. Wanneer er dus in de Bijbel gesproken wordt van het ‘slachten van het Pascha’ dan gaat dit zowel over wat gesymboliseerd wordt door ‘het Pascha offer van de Heere’ wat gedood en gegeten werd op de avond aan het begin van de veertiende, als over de symboliek van het slachten van de dieren tijdens de namiddag van de Pascha dag, die na zonsondergang aan God geofferd zouden worden wanneer het feesten begon.

Het gehele Pascha, zowel het nachtgedeelte als het dag gedeelte, is van grote betekenis vanwege alle symboliek die door Jozua de Christus vervuld werd bij leven, en bij zijn dood.



DE JAARLIJKSE SABBATTEN – JAARLIJKSE HEILIGE DAGEN

HET FEEST VAN ONGEZUURDE BRODEN

Wanneer we eenmaal het Pascha offer van Jozua de Christus ontvangen hebben, waardoor de prijs voor onze zonden betaald wordt, kunnen we verder gaan in Gods plan voor ons. Hierin gaat onze aandacht nu naar de betekenis van het houden van het Feest van Ongezuurde Broden.

De eerste en de zevende dag van het Feest van Ongezuurde Broden zijn beide jaarlijkse Sabbatten – jaarlijkse Heilige Dagen. De eerste jaarlijkse Sabbat - de eerste dag van het Feest van ongezuurde Broden – begint meteen na de zonsondergang van de Pascha dag.

‘En op de vijftiende dag van deze maand is het Feest der Ongezuurde Broden voor de Here, zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten. Op de eerste dag zult gij een heilige samenkomst hebben (zoals de wekelijkse Sabbat is dit ook een ‘geboden samenkomst’); dan zult gij generlei slaafse arbeid (dagelijks, doordeweeks routinewerk) verrichten (het is een grote Sabbat). Gij zult de Here vuuroffers brengen gedurende zeven dagen; op de zevende dag zal er een heilige samenkomst (Hebreeuws – ‘geboden samenkomst’) zijn; generlei slaafse arbeid zult gij verrichten.’ (Leviticus 23: 6 - 8)

Deze hele ‘gezette tijd’ duurt één week lang. Gedurende die week moeten wij ongezuurd brood eten. We mogen tijdens die periode geen gistproducten in onze huizen hebben, en wij moeten ons dan onthouden van het eten van brood, cakes of gebak die gistproducten bevatten.

De symboliek van dit feest is dat gist doet ‘opblazen’, net zoals hoogmoed ons doet ‘opzwellen’. Gist staat symbool voor zonden. Gist staat ook symbool voor ‘een houding van hoogmoed’ tegen Gods wetten. Wij verkiezen om ons leven te leven zoals wij dat zelf willen, in plaats van Gods wil in onze levenswijze te weerspiegelen. Het eten van ongezuurd brood symboliseert ons verlangen om God te gehoorzamen en te ‘eten’ van Zijn levenswijze, te eten van het geestelijke ongezuurde brood des levens.

Deze symboliek gaat ook over Jozua de Christus die zonder zonden was – ongezuurd. De Kerk beeld dit uit op de Pascha avond waneer een klein stukje ongezuurd brood gegeten wordt, wat symbool staat voor het gebroken lichaam van Christus. Jozua beschrijft dit hele proces in Johannes.

Met deze basiskennis op zak van hoe het Pascha en het Feest van Ongezuurde Broden gehouden dienen te worden, zal je beter kunnen waarderen hoe openbarend de volgende Bijbelverzen zijn.

‘Zij zeiden dan tot Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken? Jozua antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft. Zij zeiden dan tot Hem: Wat voor teken doet Gij dan, opdat wij mogen zien en U geloven? Wat voor werk doet Gij? Onze vaderen hebben het manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven is: Brood uit de hemel gaf Hij hun te eten. Jozua zeide dan tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel; want dát is het brood Gods, dat uit de hemel nederdaalt en aan de wereld het leven geeft. Zij zeiden dan tot Hem: Here, geef ons altijd dit brood. Jozua zeide tot hen: Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten. Maar Ik heb u gezegd, dat gij niet gelooft, ook al hebt gij Mij gezien. Alles wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen, en wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Want Ik ben van de hemel nedergedaald, niet om mijn wil te doen, maar de wil van Hem, die Mij gezonden heeft.’ (Johannes 6: 28 - 38)

‘De Joden dan morden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het brood, dat uit de hemel nedergedaald is, en zij zeiden: Is dit niet Jozua, de zoon van Jozef, wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Hij nu: Ik ben uit de hemel nedergedaald? Jozua antwoordde en zeide tot hen: Mort niet onder elkander. Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, en Ik zal hem opwekken op de laatste dag.’ (Johannes 6: 41 - 44)

‘Ik ben het brood des levens. Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven; dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet sterve. Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is mijn vlees, voor het leven der wereld. De Joden dan streden onderling en zeiden: Hoe kan deze ons zijn vlees te eten geven? Jozua dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet en zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in uzelf.’ (Johannes 6: 48 - 53)

Jozua de Christus legde uit dat als je het Pascha niet ontvangt (‘het vlees van de Zoon des mensen eet’) je ook niet het leven van God in je kan hebben (‘hebt gij geen leven in uzelf’) door de kracht van Zijn geest. Zij leefden nog in zonde totdat dit een realiteit in hun leven zou worden. Je moet namelijk eerst het Pascha ontvangen teneinde uit zonde te kunnen komen en Gods manier van leven te kunnen gaan leven – om ongezuurd te worden. Alleen zij die gedoopt worden doordat zij Jozua als hun Pascha aanvaarden, kunnen zelf het jaarlijkse Pascha houden.

Nadat wij gedoopt zijn en onze zonden vergeven zijn, moeten wij beginnen met ons leven te veranderen. In tegenstelling met de leer van het traditionele Christendom is het niet de bedoeling dat wij onveranderd blijven en gewoonweg genade aanvaarden, maar wij dienen te veranderen om zo een ‘nieuwe schepping’ in God te worden (II Korinthe 5: 17). Wij mogen niet zomaar verder blijven leven zoals we dat voor de doop deden; maar we bezitten wel nog steeds dezelfde menselijke natuur, waar we ons hele verdere leven tegen zullen moeten blijven vechten.

Het ontvangen van het Pascha, Jozua de Christus, in ons leven bij de doop is slechts het begin van een levenslang proces van bekering en het gevecht om onze menselijke natuur te overwinnen. Ieder jaar wanneer wij het Pascha houden, bevestigen wij de noodzaak om ons voortdurend te bekeren, uit de zonde te komen, en meer en meer in eenheid en overeenstemming met God en Zijn Zoon te komen.

Paulus corrigeerde de Korintiërs aangaande een zaak van twee mensen in hun midden, die openlijk hun ongehoorzaamheid in de Kerk tentoonspreidden. De Kerk bereide zich voor op het Pascha seizoen en het Feest van Ongezuurde Broden, en Paulus maakte van deze gelegenheid gebruik om hen op hun fout te wijzen.

‘Uw roem deugt niet. Weet gij niet, dat een weinig zuurdeeg het gehele deeg zuur maakt?’ (1 Corinthiërs 5: 6)

Paulus wees hen op hun achteloze houding, waarmee zij bewust zonde in hun midden negeerden (‘hun roem’). Hij legde uit dat zonde als een heel klein beetje ‘zuurdesem’ (gist) is, dat zich doorheen de hele deegklomp verspreid om dit te doen ‘opblazen’ – het doet ‘opzwellen’. De les was dat als zonden niet meteen aangepakt worden, zij zich snel doorheen de hele Kerk kunnen verspreiden.

‘Doet het oude zuurdeeg weg (Grieks – grondig schoonmaken, verwijderen), opdat gij een vers deeg moogt zijn; gij zijt immers ongezuurd. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht: Christus.’ (1 Corinthiërs 5: 7)

Er werd hun geleerd dat zij zich moesten ontdoen van het zuurdeeg (gist) – de zonden weg moesten doen – zodat zij een nieuw deeg zouden kunnen worden – een nieuw lichaam – teneinde een nieuwe manier van leven te gaan leven door vernieuwd te worden door gehoorzaamheid aan Gods manier van leven.

Zij waren nog niet volkomen bezig met de zonden uit hun levens te verwijderen. Mensen zullen altijd gist (zonde) in hun leven vinden, maar wanneer deze aan ons geopenbaard worden moeten we ons ervan ontdoen. In dit vers wordt ook gesproken van het feit dat zij geestelijk het Feest van Ongezuurde Broden aan het vieren waren, en dat zij als onderdeel van die viering alle fysieke gist voor die periode uit hun huizen verwijderd hadden – ‘gij zijt immers (fysiek) ongezuurd’.

‘Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg (zonde), ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid.’ (1 Corinthiërs 5: 8)

Het traditionele Christendom gebruikt deze verzen die lang nadat Christus als ons Pascha gestorven was gegeven werden niet in haar onderwijs, noch leert zij dat deze verzen openbaren dat wij Gods gebod om de jaarlijkse Heilige Dagen van het Feest van Ongezuurde Broden moeten blijven gehoorzamen. Paulus legde uit dat deze dagen gehouden moeten worden in de geest van wat zij ons leren, dat onze levens ongezuurd moeten worden – vrij van zonden – door in oprechtheid voor God te leven in volle gehoorzaamheid aan Hem en Zijn manier van leven.

Hoewel het traditionele Christendom onderwijst dat de wetten van het Oude Testament afgeschaft zijn, toch zou het overduidelijk moeten zijn dat dit niet het geval is. Uit verzen als deze blijkt duidelijk dat de Kerk van het Nieuwe Testament het jaarlijkse Feest van Ongezuurde Broden hield. En in andere verzen komt ook duidelijk naar voren dat zij de wekelijkse zevende dag Sabbat en de andere jaarlijkse Heilige Dagen hielden.

Gehoorzaamheid aan God in deze zaken was de normaalste zaak voor de Kerk. Er staan veel voorbeelden hiervan in de Bijbel vermeld. Het Nieuwe testament werd niet op dezelfde manier geschreven als het Oude Testament, toen Israël Gods wet voor het eerst ontving. De periode van het Nieuwe Testament is een getuigenis van hoe de Kerk nastreefde om Gods wet, die Hij hun zo lang geleden gegeven had, na te leven. Het is niet geschreven om mensen te overtuigen van de geldigheid van Gods wet, dat feit wordt gewoonweg als vanzelfsprekend beschouwd.

Het Feest van Ongezuurde Broden leert ons dat wij, na de doop en de vergeving van onze zonden door Christus, aan een tocht beginnen die ons uit geestelijk Egypte leidt – uit de zonde die ons leven in slavernij houdt. Wij moeten een proces van verandering beginnen door een nieuwe manier van leven te gaan leiden. Wanneer in de Bijbel gesproken wordt over bekering, dan betekent dit dat wij moeten veranderen van onze oude fysieke manier van leven aangestuurd door onze menselijke natuur, naar een nieuwe manier van leven gebaseerd op Gods rechtvaardige manier van leven. De doop is slechts het begin van dit proces van uit zonde te komen. Het vervolg is een levenslang continu proces van bekering teneinde de tocht om uit zonde te komen te kunnen voortzetten.

De kerken van de wereld verkondigen deze waarheid niet. In plaats daarvan leren zij dat wij dankzij het offer van Christus onder genade vallen, en dat de wet afgeschaft is. Zij geloven dat genade betekent dat wij van Gods wet bevrijd zijn. Maar dat is niet de ‘genade’ die doorheen de bijbel aan ons geopenbaard wordt.

‘Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt? (Paulus vraagt als de wet door genade afgeschaft is, moeten wij dan juist nog meer gaan zondigen zodat Gods genade in ons leven nog groter zou kunnen worden?) Volstrekt niet! Hoe zullen wij, die met betrekking tot de zonde gestorven zijn, nog daarin leven? Of weet gij niet dat wij allen die in Christus Jozua gedoopt (Grieks – ‘volledig in water ondergedompeld’) zijn, in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw leven zouden wandelen (door gehoorzaamheid aan Gods manier van leven). Want als wij met Hem één plant zijn geworden, gelijkgemaakt aan Hem in Zijn dood, dan zullen wij ook aan Hem gelijk zijn in Zijn opstanding. Dit weten wij toch, dat onze oude mens (ons oude leven voor de doop) met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan (Grieks – ‘volledig weggedaan’) zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen.’ (Romeinen 6: 1 - 6)

Gods wet is niet afgeschaft of weggedaan, maar de ‘oude mens der zonde’ die moeten wij wegdoen. Wij moeten uit het ‘water graf’ van de doop opstaan en een nieuwe leven beginnen te leven, als een nieuwe ‘schepping’ in God, precies zoals Paulus aan de Efeziërs vertelde: ‘...dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar (de wil van) God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.’ (Efeziërs 4: 22 - 24)

Uit geestelijk Egypte komen en ongezuurd worden (leven), is een levenslange strijd. Paulus legt ons in Romeinen 7 uit dat er in ons een voortdurende strijd tegen onze menselijke natuur en onze menselijke geest plaatsvindt. Deze fase van Gods plan toont ons het begin van een proces wat ons bevrijdt van de slavernij aan de zonde, doordat wij de strijd aangaan tegen de zonde. Wij moeten vechten tegen onze eigen menselijke natuur en ernaar streven om te gaan leven volgens Gods ware rechtschapen weg. Door dit proces, door deze strijd, kan er heilig rechtvaardig karakter in ons gevormd worden.

God gebied ons om het gist uit onze huizen te verwijderen en om gedurende de zeven dagen van het Feest van Ongezuurde Broden alleen ongezuurd brood te eten, evenzo zegt Hij ons dat wij het gist (de zonde) uit ons leven moeten wegdoen, om alleen maar van het ware ongezuurde brood des levens te eten, wat tot ons komt in de vorm van Jozua de Christus.



PINKSTEREN

De volgende stap in Gods plan van verlossing (redding, bevrijding) wordt uitgebeeld door Pinksteren (ook wel het ‘Feest der Eerstelingen’ genoemd). Deze jaarlijkse Heilige Dag kwam reeds eerder aan bod in dit boek, in verband met datgene wat God aan Zijn Kerk openbaarde betreffende de timing van de wederkomst van Zijn Zoon als Koning der koningen. In 2008 openbaarde God dat Jozua de Christus naar deze aarde zou wederkeren op de Jaarlijkse Heilige Dag Pinksteren, en niet op het Trompettenfeest zoals de Kerk daarvoor geloofde.

Het woord Pinksteren is afkomstig van het Griekse woord ‘pentèkostè’ wat ‘vijftigste’ of ‘vijftig tellen’ betekent. De datum waarop we deze ‘gezette tijd’ met God moeten houden kan alleen maar gekend zijn als we het Pascha en het Feest van Ongezuurde Broden begrijpen en houden. God vertelt ons heel specifiek hoe we moeten beginnen te tellen, vanaf een bepaald moment tijdens het Feest van Ongezuurde Broden, zodat we kunnen weten wanneer wij op die derde jaarlijkse Sabbat voor Zijn aangezicht moeten samenkomen.

Gods plan verloopt ordelijke en vordert op een progressieve manier. Elke opeenvolgende Heilige Dag openbaart op progressieve wijze meer over het proces waardoor de mensheid onder genade kan komen, en deel van Zijn geestelijke Familie kan worden. Nogmaals, al Gods geboden Jaarlijkse Heilige Dagen staan in Leviticus.

‘Spreek tot de Israëlieten, en zeg tegen hen: Wanneer gij in het land komt dat Ik u geven zal, en gij de oogst ervan binnenhaalt, dan moet gij de eerste schoof van uw oogst naar de priester brengen (In sommige vertalingen wordt dit ‘eerste’ als ‘eerste vruchten’ vertaald, wat fout is. In het Hebreeuws betekent dit gewoon ‘eerste’ of ‘het begin’). Hij moet de schoof voor het aangezicht van de HEERE bewegen, opdat Hij een welgevallen in u vindt. Op de dag na de Sabbat (een wekelijkse Sabbat) moet de priester de schoof bewegen.’ (Leviticus 23: 10 - 11)

Je kan niet ten volle begrijpen wanneer en hoe je Pinksteren moet houden, tenzij je Gods instructies begrijpt die Hij hier in deze verzen aan de Israëlieten gaf, met betrekking tot hoe zij het Feest van Ongezuurde Broden moesten vieren. In het verdere verloop van deze verzen zou je moeten beginnen te begrijpen hoe dat God het belang van de betekenis die geopenbaard wordt in het houden van het Feest van Ongezuurde Broden naadloos verbonden heeft met de betekenis van de daaropvolgende Heilige Dag - Pinksteren.

De periode waar in deze verzen van gesproken wordt is het Pascha seizoen, en valt meer specifiek tijdens het Feest van Ongezuurde Broden. De kleinere eerste oogst in Israël viel in de lente, maar de tweede grotere herfstoogst (die ook symbolisch uitgebeeld wordt in Gods plan van verlossing) komt later ook nog aan bod in een andere jaarlijkse Sabbat.

In Israël zijn veel van de voorjaarsgewassen al ruim voor het Pascha klaar om geoogst te worden. Israël kreeg heel specifieke instructies betreffende de ceremonies rondom deze vroege oogst die zij tijdens het Feest van Ongezuurde Broden moesten uitvoeren.

‘Tot op die dag zult gij geen brood, geen geroosterd of vers koren eten, totdat gij de offergave van uw God gebracht hebt: het is een altoosdurende inzetting voor uw geslachten, in al uw woonplaatsen.’ (Leviticus 23: 14)

Een onderdeel van deze instructies was dat de Israëlieten een ‘schoof’ van het eerste (van het begin) van deze oogst aan de priester moesten brengen. Die zou dan later in een ceremonie gebruikt worden die plaatsvond tijdens het Feest van Ongezuurde Broden. En alhoewel het oogsten voor die tijd mocht beginnen, toch mochten zij niets van die nieuwe oogst eten totdat deze ceremonie uitgevoerd was. Alle symboliek die in dit gehele proces vervat zit is ongelooflijk openbarend.

Die (eerste) schoof moest als een offer voor God heen en weer bewogen worden in deze ceremonie, die altijd op de eerste dag van de week (Zondag) tijdens het Feest van Ongezuurde Broden gehouden werd. Dit ‘Beweegoffer’ (van de eerste schoof) stond symbool voor Jozua de Christus. Christus moest zichzelf aan God tonen om voor ons ‘aanvaard’ te kunnen worden; die symboliek vervulde hij toen hij na zijn opstanding door de Vader aangenomen werd.

We hebben al het feit besproken dat Jozua de Christus aan het einde van de zevende dag Sabbat opgewekt werd uit de dood. Maar Christus zou pas vele uren later op de volgende ochtend van eerste dag van de week tot God opvaren. Dat blijkt uit het verhaal van Maria die op de vroege ochtend van de eerste dag van de week tijdens het Feest van Ongezuurde Broden naar de graftombe kwam. Maria Magdalena vroeg zich verwonderd af waar het lichaam van Jozua naartoe gebracht was, omdat het zich niet in de tombe bevond en omdat zij niet wist dat hij al reeds de vorige avond uit de dood was opgewekt.

‘En Maria stond buiten dicht bij het graf, wenende. Terwijl zij dan weende, boog zij zich voorover naar het graf, en zij zag twee engelen zitten, in witte klederen, een aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde, waar het lichaam van Jozua gelegen had. En zij zeiden tot haar: Vrouw, waarom weent gij? Zij zeide tot hen: Omdat zij mijn Here weggenomen hebben en ik weet niet, waar zij Hem neergelegd hebben. Na deze woorden keerde zij zich om en zag Jozua staan, maar zij wist niet, dat het Jozua was. Jozua zeide tot haar: Vrouw, waarom weent gij? Wie zoekt gij? Zij meende, dat het de hovenier was, en zeide tot Hem: Heer, als gij Hem weggedragen hebt, zeg mij dan, waar gij Hem hebt neergelegd en ik zal Hem wegnemen. Jozua zeide tot haar: Maria! Zij keerde zich om en zeide tot Hem in het Hebreeuws: Rabboeni, dat wil zeggen: Meester! Jozua zeide tot haar: Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader; maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.’ (Johannes 20: 11 - 17)

Het verhaal vervolgt in Mattheüs’ verslag over deze gebeurtenis, wanneer hij vertelt wat er vervolgens gebeurde toen Maria Magdalena en Maria (de moeder van Jacobus) terug wandelden om aan de discipelen te vertellen wat Jozua tegen Maria gezegd had. Het is belangrijk dat je hierbij goed op de timing van dit alles let, en dat je duidelijk het onderscheid ziet dat gemaakt wordt tussen deze gelegenheid en de voorgaande, toen Christus tegen de vrouwen zei dat zij hem niet mochten aanraken.

‘Toen zij weggingen om het aan zijn discipelen bekend te maken zie, Jozua kwam hun tegemoet en zei: Weest gegroet. Zij naderden Hem en grepen zijn voeten en zij aanbaden Hem. Toen zeide Jozua tot haar: Weest niet bevreesd. Gaat heen en bericht mijn broeders, dat zij naar Galilea moeten gaan, en daar zullen zij Mij zien.’ (Mattheüs 28: 9 - 10)

Dus, Maria Magdalena was die Zondag ochtend de eerste aan wie Jozua de Christus verscheen, en hij sprak tweemaal met haar: de eerste maal aan de graftombe, en een tweede maal toen zij op de terugweg was om aan de discipelen te vertellen wat Christus haar gezegd had.

In het eerste relaas staat dat Christus haar zei van hem niet aan te raken, omdat hij nog niet naar God opgevaren was. Dit kwam omdat hij eerst de symboliek van het ‘Beweegoffer’ moest vervullen, dat altijd door de hogepriester bewogen werd op de ochtend van de eerste dag van de week tijdens de Dagen van het Feest van Ongezuurde Broden. Na zijn opstanding moest Christus eerst door God als het ‘Beweegoffer’ voor de mensheid ontvangen en aanvaard worden.

Het was een korte ceremonie die door de hogepriester uitgevoerd werd. En zij werd ook in Christus snel voltrokken, want kort nadat hij met Maria bij de graftombe gepraat had en haar zei hem niet aan te raken, verscheen hij opnieuw aan de twee Maria’s op de terugweg naar de discipelen, en deze keer mochten zij hem wel aanraken. Hij liet dit toe, omdat hij dan de symboliek van het Beweegoffer wel vervuld had.

Jozua de Christus vervulde perfect alle symboliek van de Pascha ceremonie, en hij vervulde ook de symboliek van het Beweegoffer dat op de eerste dag van de week tijdens het Feest van Ongezuurde Broden aan God gebracht werd.

Nu kunnen we verder gaan met de instructies over hoe je het Pinksteren (Grieks ‘pentèkostè’ – vijftig tellen) moet berekenen, zoals in Leviticus uitgelegd wordt.

‘Dan zult gij tellen van de dag na de sabbat, van de dag waarop gij de garve van het beweegoffer gebracht hebt: zeven volle weken zullen het zijn; tot de dag na de zevende sabbat zult gij tellen, vijftig dagen; dan zult gij een nieuw spijsoffer de Here brengen.’ (Leviticus 23: 15 - 16)

De ‘schoof van het Beweegoffer’ die Jozua de Christus uitbeeldde, was een specifiek onderdeel van de ceremonies die tijdens het Feest van Ongezuurde Broden uitgevoerd moesten worden. Daarom moest deze eerste dag van de week, vanaf wanneer men vijftig dagen begint te tellen, binnen de dagen van het Feest vallen.

Nogmaals, God is heel specifiek wat betreft de timing van deze jaarlijkse Sabbat Pinksteren. De aftelling naar deze jaarlijkse Heilige Dag moest vanaf een specifieke dag (de eerste dag van de week) beginnen, die binnen de dagen van het Feest van Ongezuurde Broden valt. Zeven wekelijkse Sabbatten gerekend vanaf deze dag, maakt negenenveertig dagen. Een dag daaraan toegevoegd maakt een totaal van vijftig dagen, en dat brengt ons terug bij een eerste dag van de week. Pinksteren valt altijd op de eerste dag van de week (Zondag op de Romeinse kalender), maar de juiste dag moet gerekend worden vanaf de eerste dag van de week (Zondag) tijdens het Feest van Ongezuurde Broden.

Dan volgen in Leviticus de instructies over hoe je het Pinksteren dient te houden.

‘Uit uw woonplaatsen zult gij twee beweegbroden meebrengen; uit twee tienden efa (oude Hebreeuwse inhoudsmaat, equivalent van 36 liter) fijn meel zullen zij bereid worden, gezuurd (met gist) zullen zij gebakken worden, eerstelingen voor de Here.’ (Leviticus 23: 17)

‘En de priester zal ze bewegen, bij het brood der eerstelingen, als beweegoffer voor het aangezicht des Heren bij de twee schapen: zij zullen de Here heilig zijn, zij zijn voor de priester.’ (Vers 20)

De Israëlieten moesten deze ceremonie op de Pinksterdag uitvoeren. De twee beweegbroden stonden symbool voor de eerstelingen (de 144.000) in Gods plan. Dit gaat over diegenen die eerstelingen zullen zijn in het Koninkrijk van God.

God heeft een plan van verlossing waarin de mensheid de zegening kan ontvangen om deel van Zijn Familie te worden – om voor alle eeuwigheid als geestelijke wezens in Gods Familie te leven. Deze Heilige Dag beeldt diegenen uit die door God in de beginfase van Zijn plan geroepen zijn om als eersten deel van Zijn Familie te worden. Zoals de lenteoogst in de Bijbel de ‘eerste vruchten van het land’ genoemd wordt, zo ook zijn dezen de ‘eerste vruchten’ in Gods plan, die als eersten voor de meerderheid van de mensheid deel van Zijn Familie worden. De veel grotere herfstoogst staat voor de verlossing (redding) van het veel grotere overige deel van de mensheid, en wordt uitgebeeld in de twee laatste jaarlijkse Heilige Dagen.

In deze ceremonie worden deze ‘eerstelingen’ uitgebeeld door die twee ‘Beweegbroden’. Het ene brood vertegenwoordigde diegenen die in het geloof geleefd hadden in de komst van een Messias door wie God de mensheid zou redden. Het vertegenwoordigde diegenen die volledig getrouw in geloof geleefd hadden tijdens de periode die leidde tot aan de eerste komst van Christus als de beloofde Messias, en ons Pascha.

Het andere brood symboliseert diegenen die sinds de tijd na Christus (na zijn dood) wanneer hij als het Beweegoffer aanvaard werd tot aan zijn tweede komst, getrouw geleefd hebben in het geloof van de verlossing (redding) door ons Pascha.

De instructies hielden ook in dat er samen met de Beweegbroden twee schapen voor God gebracht moesten worden die beide Christus representeerden, een schaap voor elk van deze twee periodes.

Zoals het Beweegoffer tijdens het Feest van Ongezuurde Broden Jozua de Christus uitbeeldde die voor God bewogen werd om door Hem aanvaard te worden, zo ook werden de twee Beweegbroden op Pinksteren voor God bewogen om door Hem aanvaard te worden. Hier wordt uitgebeeld dat deze eerstelingen door God aanvaard worden, en dat zij deel van Zijn Familie zullen worden wanneer zij eeuwig leven zullen ontvangen.

Er schuilt ook grote betekenis in het feit dat deze Beweegbroden gezuurd (met gist) gebakken worden. Jozua de Christus wordt altijd als ‘ongezuurd’ voorgesteld – zonder zonden. Maar dezen worden hoewel zij wel door God aanvaard zijn, als gezuurd (met gist) voorgesteld – met zonden vermengd. Christus heeft nooit gezondigd en wordt dan ook als ongezuurd (zonder zonden) uitgebeeld. De hele mensheid heeft wel gezondigd, en daarom wordt zij als gezuurd (zondig) uitgebeeld.

Deze Beweegbroden beelden de 144.000 uit die God gedurende de eerste 6.000 jaar van de mensheid op aarde geroepen en uitverkoren heeft. Zij worden tot eeuwig leven opgewekt als geestelijk wezens in Gods Familie – in het Koninkrijk van God – bij de wederkomst van Jozua de Christus. God heeft geopenbaard dat de Beweegbroden op Pinksteren geofferd worden, en dat dit de 144.000 voorstelt die samen met Christus komen bij zijn wederkomst.

Lees hoe deze twee broden die de eerstelingen voorstellen in Openbaring beschreven worden.

‘En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met Hem honderdvierenveertigduizend, op wier voorhoofden zijn naam en de naam zijns Vaders geschreven stonden. En ik hoorde een stem uit de hemel als de stem van vele wateren en als de stem van zware donder. En de stem, die ik hoorde, was als van citerspelers, spelende op hun citers; en zij zongen een nieuw gezang vóór de troon en vóór de vier dieren en de oudsten; en niemand kon het gezang leren dan de honderdvierenveertigduizend, de losgekochten van de aarde. Dezen zijn het, die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want zij zijn maagdelijk (geestelijk gesproken). Dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Hij ook heengaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam.’(Openbaring 14: 1 - 4)

Deze eerstelingen zijn tijdens de eerste 6.000 jaar verlost (vrijgekocht) uit de mensheid. Zij werden uit de zonde geleid – hun zonden werden vergeven – en voor God gereinigd door Jozua de Christus. Deze 144.000 die in Openbaring 14: 4 de ‘eerstelingen’ genoemd worden, zijn dezelfden als zij die in Openbaring 5:9 beschreven worden als ‘voor God gekocht met het bloed van Christus’, en zijn ook dezelfden die in Openbaring 7:14 beschreven worden als ‘zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams’.

Zoals deze twee broden werden gemaakt van een kleine hoeveelheid graan uit de ‘eerstelingen (oogst) van het land’, zo ook zijn de 144.000 klein in getal vergeleken met de miljarden mensen die tijdens diezelfde 6.000-jarige periode geleefd hebben.

Naarmate je Gods plan (dat in Zijn Sabbatten geopenbaard wordt) beter begint te begrijpen, kan je ook beginnen te begrijpen waarom er in het Oude Testament slechts van zo weinigen sprake is die een oprechte relatie met God hadden. Het Oude Testament beslaat de eerste periode van 4.000 jaar van de mensheid tot aan Christus’ eerste komst als het Pascha Lam Gods. En datzelfde inzicht zal je ook helpen inzien waarom er naar de Kerk van de voorbije 2.000 jaar verwezen wordt als ‘Zijn kleine kudde’. De Kerk is nooit een grote organisatie geweest op aarde, omdat Gods plan slechts voorziet in de verlossing (vrijkoping) van 144.000 uit deze periode van 6.000 jaar.

De verhaallijnen van Ongezuurde Broden en Pinksteren in Leviticus 23 zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Beiden hebben te maken met die vroege oogst waarnaar verwezen wordt als ‘de eerstelingen van het land’. Jozua de Christus is de ‘eerste der eerstelingen’ van Gods oogst, en de 144.000 zijn de rest van de ‘eerstelingen van het land’.

Pinksteren draagt nog veel meer betekenis in zich, maar tot zover hebben we een basiskennis van de betekenis van diegenen die de ‘eerstelingen’ genoemd worden verkregen.

Het verhaal van Pinksteren is machtig. God verloste de kinderen Israëls uit Egypte en leidde hen door de wildernis naar de berg Sinaï, waar Hij hen op de dag van het Pinksteren Zijn wet in de vorm van de Tien Geboden gaf. Maar het ware verhaal van de Israëlieten is dat zij zich niet aan deze wet konden houden. Fysieke mensen zijn uit zichzelf niet in staat om zich aan Gods rechtvaardige wet te houden. Zelfs vandaag nog is de stam van Israel met de naam Juda, die gekend staat als het hedendaagse Joodse volk, de belichaming van dit verhaal. Het allerbeste dat de mens op eigen kracht kan doen wordt weerspiegeld in het leven van het Joodse volk. Geen enkele andere stam van Israel hield zich aan Gods wetten zoals de stam Juda dat deed. Alle andere stammen rebelleerden lang voor Juda tegen God.

Maar terwijl het beste voorbeeld van het naleven van Gods wetten bij het Joodse volk gevonden kan worden, toch werd Christus door ditzelfde volk belaagd. Dat openbaarde op zich dat hoewel zij zich uiterlijk aan Gods wet uit het Oude Testament leken te houden, zij noch Hem noch Zijn wegen begrepen, en ook Zijn wet niet. Als zij dat wel hadden gedaan, dan zouden zij Jozua de Christus als de Messias (h)erkend hebben. Maar in hun verblindheid weigerde het Joodse volk het onderwijs en de instructies die hun door de Zoon van God zelf gegeven werd.

De getuigenis van hun leven en dat van alle Israëlieten, is dat de mensheid uit zichzelf niet in staat is om de wetten van God na te leven. Pinksteren openbaart wat er in hun leven ontbrak – waarom zij de lessen uit het Oude Testament niet begrepen – en waarom zij de Messias niet (h)erkenden toen hij (nu bijna 2.000 jaar geleden) tot hen kwam en met hen sprak.

In Handelingen wordt nog meer geopenbaard over het belang van Pinksteren in Gods plan. Nadat Jozua de Christus gestorven en weer opgewekt was verscheen hij aan de discipelen; dat is het verhaal waar Handelingen mee begint.

‘Het eerste boek heb ik gemaakt, (verwijst naar wat hij in Lukas schreef) o Theofilus, over alles wat Jozua begonnen is te doen én te onderwijzen, tot op de dag waarop Hij opgenomen (in de hemel opgenomen) is, nadat Hij door de heilige geest aan de apostelen, die hij uitgekozen had, opdrachten had gegeven. Hij heeft zichzelf, nadat hij geleden had, ook levend aan hen vertoond, met veel onmiskenbare bewijzen, veertig dagen lang, waarbij hij door hen gezien werd en over de dingen sprak die het Koninkrijk van God betreffen.’ (Handelingen 1: 1 - 3)

Het Evangelie – het goede nieuws – dat Jozua de Christus aan de discipelen onderwees, ging over het Koninkrijk van God. En hoewel Christus tot veertig dagen na zijn opstanding bij de discipelen bleef, toch was het uiteindelijk Gods bedoeling dat Christus verder bij Hem zou blijven, totdat het moment gekomen zou zijn dat hij in het Koninkrijk van God als Koning der koningen zou terugkeren. Tien dagen nadat Christus ten hemel opgevaren was, hielden de discipelen het Pinksteren. Vanaf dat moment zou de heilige geest hun leiden en instrueren, omdat Christus zich niet langer persoonlijk in hun midden bevond.

‘En toen Hij (Christus) met hen samen was, beval Hij hun dat zij niet uit Jeruzalem weg zouden gaan, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader (verwijzend naar het ontvangen van de heilige geest), die gij, zei Hij, van Mij gehoord hebt; want Johannes doopte wel met water, maar gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen. Zij dan die samengekomen waren, vroegen Hem: Heere, zult Gij in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?’ (Handelingen 1: 4 - 6)

De discipelen begrepen niet dat Jozua de Christus de eerste keer kwam om het Pascha te vervullen, en dat het nog 2.000 jaar zou duren voordat het Koninkrijk van God op aarde gevestigd zou worden. Zij dachten dat hij die profetie zou kunnen vervullen, door dan en daar dat Koninkrijk te herstellen.

‘En Hij zei tegen hen: Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft, maar gij zult de kracht van de heilige geest ontvangen, Die over u komen zal; en gij zult mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.’ (Handelingen 1: 7 - 8)

De komst van het Koninkrijk van God was niet voor hun tijd voorbestemd, maar is voor onze tijd nu – nú! Het ligt nu vlak voor ons, want God heeft geopenbaard dat de Zegels van Openbaring reeds allemaal geopend zijn. De opening van die Zegels is een belangrijke mijlpaal geweest in de timing van de laatste eindtijd gebeurtenissen. Ja, de ontnuchterende realiteit is dat het laatste Zegel – het Zevende Zegel – reeds geopend is. Het wachten is alleen nog maar op het begin van de gebeurtenissen van de eerste vier Trompetten voordat Wereld Oorlog III kan beginnen, wat overduidelijk zal zijn wanneer er eenmaal nucleaire wapens gebruikt zullen worden.

In verband met het Pinksteren gaf Jozua de discipelen duidelijk de opdracht om tot die dag in Jeruzalem te blijven, totdat zij de belofte van Gods geest ontvangen hadden. In Handelingen 2 kan je nog meer van dit relaas lezen over het uitstorten van Gods geest op de discipelen. Veel van de mensen die getuige waren van deze grootste gebeurtenis op dat Pinksteren, geloofden alles wat zij van de discipelen te horen kregen, zozeer zelfs dat zij vroegen wat zij verder moesten doen.

‘En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de naam van Jozua de Christus, tot vergeving van de zonden; en gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.’ (Handelingen 2: 38)

Hoewel de wet van God op Pinksteren aan de Israëlieten gegeven werd, toch openaarde God aan de mensheid dat Zijn manier van leven nooit nageleefd kan worden zuiver uit menselijke inspanningen, maar dat de mensheid daartoe ook de macht van de Heilige geest levend in zich moet hebben. Dat is wat er ontbrak in het leven van de Israëlieten. En dat ontbreekt nog steeds in het leven van iedereen op aarde, behalve in zij, die door de Vader in de ware Kerk van God geroepen zijn en die Zijn waarheid begrijpen.

Gods woord en manier van leven zijn een geestelijke zaak, en je moet dus eerst die geest ontvangen om Gods ware wil te kunnen begrijpen. Anders zijn mensen beperkt tot hun eigen menselijke redenering wanneer zij Gods woord lezen, en daaruit komen dan hun eigen ideeën en geloof over God en Jozua de Christus voort. Daarom zijn er zoveel religies op deze aarde, die alle tegenstrijdig zijn in wat zij onderwijzen. Er is maar één ware Kerk en één waarheid – één manier van leven die van God komt.

Nogmaals, de mensheid is niet in staat om uit zichzelf uit de zonde te komen. Zij kan God niet gehoorzamen en uit zonden komen zoals door het Feest van Ongezuurde Broden uitgebeeld wordt, tenzij Gods geest in hen leeft. Enkel en alleen als we Jozua de Christus als ons Pascha aanvaarden, kunnen onze zonden vergeven worden. En terwijl dat proces van bekering en vergeving plaatsvindt, helpt God ons met Zijn geest om onze verlossing (redding) mogelijk te maken.

Handelingen vervolgt met ons te tonen dat we na de doop van Gods ministry, de ‘handoplegging’ ontvangen, en dan worden wij als we ons bekeerd hebben door Gods geest verwekt. De bevruchting met God geest is hetgeen wat ons verwekt. Dit is iets op geestelijk niveau, wat geopenbaard wordt in het ‘fysieke type’ van de menselijke verwekking. Op het moment dat een menselijke eicel door een spermazaadje bevrucht wordt, wordt er leven verwekt. Het is nog niet geboren en op de wereld gezet, maar het groeit als embryo verder totdat het moment om effectief geboren te worden aangebroken is.

Dit proces waardoor mensen door Gods geest verwekt worden is verwant aan het menselijke fysieke proces. Nadat wij door Gods geest verwekt zijn, beginnen we te groeien - geestelijk als een embryo. En naarmate we geestelijk verder groeien door het overwinnen van onze egoïstische menselijke natuur, blijven we verder ontwikkelen tot op het moment dat we in Gods Familie geboren kunnen worden – in het Koninkrijk van God. Het traditionele Christendom heeft geen idee van wat het werkelijk betekent om ‘wedergeboren of opnieuw geboren zijn’.

De uitdrukking ‘wedergeboren of opnieuw geboren zijn’ wordt door de meesten gezien als een soort van ‘religieuze ervaring’ die ertoe leidt dat je diegene die zij ‘Jezus’ Christus noemen aanvaardt. En hoewel zulke mensen vaak inderdaad een emotionele ervaring hebben die gepaard gaat aan een voor hen levens veranderende visie, toch heeft dat niets te maken met de waarheid die God ons openbaart.

Nicodemus, een groot religieus leider in zijn tijd, ging naar Jozua toe en stelde hem vragen over dat Koninkrijk van God. Maar Nicodemus kon niet begrijpen wat hij hoorde. Jozua zei hem, ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien’ (Johannes 3:3). Maar Nicodemus kon over datgene wat Christus hem vertelde alleen maar fysiek nadenken, en daarom vroeg hij aan hem, ‘Hoe kan een mens geboren worden als hij oud is? Hij kan toch niet voor de tweede keer in de buik van zijn moeder ingaan en geboren worden?’ (Vers 4). Let op wat Jozua’s antwoord hierop was:

‘Jozua antwoordde: Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest.’ Johannes 3: 5 - 6)

Jozua maakte het klaar en duidelijk. Hij zei dat datgene wat fysiek geboren is enkel iets fysieks kan voortbrengen. In het menselijke leven betekent dit dat wanneer een fysieke zaadcel een fysieke eicel bevrucht er een fysiek embryo ontstaat. En het verdere fysieke verloop van de groei van zo’n embryo in de baarmoeder van de moeder leidt tot de geboorte van een fysiek kind.

God heeft aan de mens een menselijke geest gegeven die ons onderscheidt van de dieren. Deze geeft ons individualiteit. Wij zijn niet voorgeprogrammeerd om ons in de natuur op een bepaalde vaste manier te gedragen, zoals het dierenrijk wel door God geschapen werd. Dankzij deze ‘geestelijke essentie’ in het menselijke brein (verstand) beschikken wij in ons denken over God-achtige capaciteiten, zoals creativiteit en geheugen. Dat vermogen maakt ons allemaal individueel uniek. Wij beschikken over een vrije wil, en zijn vrij om morele keuzes te maken.

God kan geen perfect rechtvaardig karakter in anderen scheppen, dat kan alleen maar tot stand komen uit eigen vrije wil. Anders zouden wij geprogrammeerd moeten worden om als ‘robots’ op morele vraagstukken te reageren, teneinde perfect in overeenstemming met Gods wet te kunnen leven. Maar God wilt dat wij zelf kiezen. Wij moeten kiezen tussen onze eigen egoïstische weg of Gods wegen. En nogmaals de gelegenheid wanneer wij die keuze kunnen maken ligt volledig in Gods handen. Voordat die tijd voor de mensheid aanbreekt – voordat God deze kans aan de mensheid kan geven – blijft de getuigenis van de mensheid dat zij God altijd zal verwerpen! En daarom zal God volgens Zijn eigen perfecte timing de beste kans aan de mensheid geven om in staat te zijn om Hem en Zijn wegen te ontvangen.

Paulus deelde deze kennis over de menselijke geest met de Korintiërs. Paulus legde uit dat de mensen in de Kerk de mysteries van God kunnen begrijpen. Die ‘mysteries’ kunnen zonder Gods geest niet begrepen worden, en daarom blijven zij verborgen – een mysterie - voor de mensheid.

‘Aan ons echter heeft God het geopenbaard door Zijn geest. De geest immers onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God. Want wie van de mensen kent de dingen van de mens dan de geest van de mens, die in hem is? Zo kent ook niemand de dingen van God dan de geest van God.’ (1 Corinthiërs 2: 10 - 11)

Paulus maakt duidelijk dat iemand zonder Gods heilige geest onmogelijk de waarheden en de wegen van God kan kennen, omdat die door Hem geopenbaard moeten worden. De mensheid kan alleen maar dingen op fysiek niveau begrijpen, maar kan geen zaken die zich op geestelijk niveau bevinden begrijpen. Daarom kon Nicodemus niet begrijpen wat Christus tegen hem zei. Hij werd niet door Gods geest getrokken.

Die geest is Gods kracht. Het is geen ‘wezen’ zoals het traditionele Christendom leert. De leer van de ‘Drie-eenheid’ is onjuist! Er bestaat geen ‘wezen’ dat de ‘Heilige Geest’ genoemd wordt.

‘En wij hebben niet ontvangen (sprekende tegen de Kerk) de geest van de wereld, maar de geest die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons door God genadig geschonken zijn. Van die dingen spreken wij ook, niet met woorden die de menselijke wijsheid ons leert, maar met woorden die de heilige geest ons leert, om geestelijke zaken met geestelijke zaken te vergelijken. Maar de natuurlijke mens (de fysieke mens) neemt de dingen van de geest van God niet aan, want ze zijn dwaasheid voor hem. Hij kan ze ook niet leren kennen, omdat ze geestelijk beoordeeld worden.’ (1 Corinthiërs 2: 12 - 14)

De mensheid is dus niet in staat om uit zichzelf God en Zijn wegen te leren kennen, tenzij Hij ze openbaart. Dat is de reden waarom de mensheid voortdurend God en Zijn wegen verworpen heeft. De hoogmoed van de egoïstische menselijke redenering verwerpt de waarheid van God. En in plaats daarvan heeft de mensheid haar eigen religieuze ideeën en concepten over God bedacht, die meer naar haar smaak zijn. De getuigenis van 6.000 jaar van menselijk bestaan is dat zij God verwerpen. Daarom zullen er ook mensen zijn die alles wat in dit boek geschreven staat zullen haten. Zij kunnen niet aan hun eigen hoogmoed voorbij! En daarom moet deze wereld nederig gemaakt worden voordat Jozua de Christus terugkeert als Koning der koningen.

Als jij deze dingen begrijpt, dan is dat maar door één ding mogelijk! God geeft jou nu de gelegenheid en de mogelijkheid daartoe. Jij wordt getrokken door Gods geest. Als dat het geval is, dan is de keuze aan jou. Zal je de waarheid aanvaarden? Sommigen zullen nog meer vernedering moeten doorstaan, door het ondergaan van catastrofale gebeurtenissen die ertoe kunnen leiden dat zij zich tot God zullen wenden voor hulp en antwoorden. Hoe langer mensen zich tegen God verzetten, hoe kleiner de kans dat zij hulp en genade van Hem zullen ontvangen om de dingen die nog komen gaan te kunnen overleven.

God gaat beginnen met de hele wereld te roepen! Maar de meeste mensen zullen zich niet willen vernederen om het Koninkrijk van God dat nu op komst is te kunnen ontvangen.

Laat ons nu terugkeren naar het verhaal van Pinksteren. Dus het fysieke proces van de menselijke geboorte kan enkel en alleen het fysieke voortbrengen, en dat geldt evenzeer voor de geestelijke geboorte (alleen wat geestelijk is kan iets geestelijks voortbrengen). Een mens moet eerst door Gods geest verwekt worden. Dat gebeurt doordat de ‘menselijke geest’ die God aan alle mensen gegeven heeft, door Gods geest bevrucht wordt. Na de waterdoop (het Griekse woord voor ‘doop’ is ‘baptisma’ en betekent onderdompeling), kom je terug uit het water en vanaf dat moment voorwaarts moet je in nieuwheid des levens leven. Vlak na de doop ontvang je de handoplegging door de ministry van God, en kan de bevruchting met Gods geest ons verwekken.

Wanneer je eenmaal door Gods geest verwekt bent kan je geestelijk beginnen te groeien, maar slechts als een ‘embryo’ in Gods Kerk. Wij leven in een fysiek lichaam dat door Gods heilige geest bevrucht is. Wij beginnen aan een nieuw leven van het overwinnen van het vlees – de verlokkingen van de menselijke natuur – en zodoende ontwikkelen wij heilig, rechtvaardig karakter. Dit proces stelt ons uiteindelijk in staat om in het Koninkrijk van God ‘geboren’ te worden – in de God Familie – als geestelijke wezens ‘uit de geest geboren’.

Jozua de Christus legde aan Nicodemus uit: ‘Wat uit het vlees geboren is, is vlees’. Hij legde uit dat vlees (het fysieke) enkel en alleen vlees – het fysieke – kan voortbrengen. Menselijke fysieke verwekking leidt alleen tot menselijke fysieke geboorte. Maar Christus legde voorts ook uit dat ‘wat uit de geest geboren is, geest is’. Alleen wanneer je door de geest van God bevrucht bent kan je, mettertijd, geboren worden in – toetreden tot – het Koninkrijk van God.

Door middel van dit proces zullen alle ‘eerstelingen’ het Koninkrijk van God binnengaan. Bij de wederkomst van Jozua de Christus zullen zij tot geestelijke leven opgewekt worden in Gods Familie, als geestelijke wezens, uit geest samengesteld.

Pinksteren beeldt het ‘middel’ uit waardoor een mens Gods manier van leven kan gaan begrijpen en leven. Door mettertijd te groeien in geestelijke volwassenheid, kan je van sterfelijk naar onsterfelijk – van fysiek naar geestelijk - veranderd worden, en in Gods Familie geboren worden. Pinksteren beeld ook de ‘eerstelingen van Gods Familie uit, zij die als eersten opgewekt zullen worden, uit de gehele mensheid, aan het einde van 6.000 jaar van de mensheid op aarde. Maar iedereen die daarna nog zal volgen zal door ditzelfde proces heen moeten gaan. Zij moeten door Gods heilige geest getrokken en verwekt worden, wat dan kan leiden tot het geboren worden in de God Familie.



HET TROMPETTENFEEST

Terwijl we de jaarlijkse Heilige Dagen overlopen en de ene na de andere bespreken, wordt ons meer en meer van Gods plan en doel voor de mensheid geopenbaard. We zijn nu aangekomen bij de vierde jaarlijkse Heilige Dag die in het Noordelijke halfrond in de herfst valt. Deze dag staat in het Jodendom gekend als ‘Rosj Hasjana’, en hoewel het Jodendom de ware betekenis en het doel van Gods Heilige Dagen verloren heeft, toch kennen zij wel de correcte dagen waarop zij gehouden dienen te worden.

Het correcte tijdstip waarop het Trompettenfeest gehouden moet worden valt over het algemeen op de Romeinse kalender in September of vroeg in Oktober.

‘En de Here sprak tot Mozes: Spreek tot de Israëlieten: In de zevende maand (van Gods kalender), op de eerste der maand, zult gij een rustdag (Sabbat) hebben, een gedenkdag (een jaarlijkse viering), aangekondigd door bazuingeschal, een heilige samenkomst.’ (Leviticus 23: 23 - 24)

Het Trompettenfeest is hoofdzakelijk gericht op de gebeurtenissen die aanleiden tot (en met) Christus wederkomst, wanneer hij het koninkrijk van God zal vestigen – Gods regering op aarde. In de betekenis van Pinksteren wordt vooruitgekeken naar de wederkomst van Christus en de herrezen 144.000 die samen met hem zullen terugkeren. Die gebeurtenis (van de 7de Trompet) zit in het Trompettenfeest vervat, en wordt door dit feest aangekondigd samen met de gebeurtenissen die daarop volgen. Die laatste (7de) Trompet bevat ook de gebeurtenissen die leiden tot de vestiging van Gods Koninkrijk op aarde, na de wederkomst van Christus met de 144.000. Die gebeurtenissen verbinden de betekenis van Pinksteren met het Loofhutten Feest, dat op zijn beurt het Millennium uitbeeldt.

De belangrijkste betekenis die in het Trompettenfeest vervuld wordt, is de uiteindelijke verkondiging (Trompetgeschal) van de komst van de Koning der koningen die als de geprofeteerde Messias over de mensheid zal regeren.

In zijn eerste brief aan de Thessalonicenzen spreekt Paulus over trompetten en hun betekenis die vervat zit in de vervulling van het Trompettenfeest.

‘Maar ik wil niet, broeders (sprekend tot de Kerk – tot diegenen die geroepen zijn om deel uit te maken van de 144.000), dat gij onwetend bent ten aanzien van hen die ontslapen zijn (sprekend van diegenen die gedurende de voorbije 6.000 jaar geroepen en in het geloof gestorven zijn), opdat gij niet bedroefd bent zoals ook de anderen, die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jozua gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jozua ontslapen zijn, terugbrengen (zenden) met hem (God zal hen opwekken zodat zij samen met Jozua bij zij wederkomst kunnen terugkeren).’ (1 Thessalonicenzen 4: 13 - 14)

‘Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere (sprekend van diegenen die dan nog in leven zullen zijn, die ook geroepen zijn om als eerstelingen deel uit te maken van de 144.000), de ontslapenen (de doden in Christus) beslist niet zullen voorgaan. Want de Heere zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een trompet van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn (de weinigen die ook geroepen zijn om eerstelingen te zijn, die bij de wederkomst van Christus nog in leven zullen zijn in de Kerk), samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn. (1 Thessalonicenzen 4: 15 - 17)

Paulus beschrijft ditzelfde tafereel ook aan de Kerk in Corinthe.

‘In een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste trompet, want de trompet zal weerklinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden.’ (1 Corinthiërs 15: 52)

Paulus gaf meer uitleg over deze gebeurtenis in Gods plan die zal plaatsvinden wanneer de laatste Trompet - de Zevende Trompet – vervuld begint te worden. Wanneer die gebeurtenis van deze Trompet begint, zullen de 144.000 opgewekt worden. De doden worden eerst opgewekt, en onmiddellijk daarna worden zij die dan nog in leven zijn, die deel uit maken van het getal van de 144.000, veranderd van fysiek leven naar geestelijk leven.

Het overgrote deel van degenen die als eerstelingen – de 144.000 - verzegeld zijn is dood, maar zij zullen op dat tijdstip opgewekt worden tot onsterfelijk leven, wanneer deze laatste Trompet eenmaal vervuld wordt. De weinige eerstelingen die dan nog in leven zijn, zullen in een oogwenk van fysiek leven naar onsterfelijke geestelijke wezens veranderd worden, om zo deel van de God Familie – het Koninkrijk van God – te worden.

‘En de zevende engel blies op de trompet, en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: De koninkrijken van de wereld zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden, en Hij zal als Koning heersen tot in alle eeuwigheid.’ (Openbaring 11: 15)

Alle eerstelingen die tijdens de voorbije 6.000 jaar geroepen zijn, zullen opgewekt worden tijdens deze gebeurtenis van de laatste Trompet, de eerste gebeurtenis van de Zevende Trompet van het Zevende Zegel. Maar het precieze tijdstip van Christus’ wederkomst samen met de 144.000 wordt in de Heilige Dag Pinksteren geopenbaard, terwijl de aankondiging van alle zeven Trompetten leidt tot deze grote vervulling. De belangrijkste vervulling van de betekenis van het Trompettenfeest ligt bij de aankondigingen van alle Zeven Trompetten.

Elk van Gods Heilige Dagen richt de aandacht op een specifiek onderdeel van Zijn totale plan voor de mensheid. Vaak overlappen deze elkaar of zijn ze met elkaar verweven, omdat zij alle samenwerken in een proces van verlossing dat 7.100 jaar beslaat.

We hebben de gebeurtenissen van de eerste zes Trompetten al in Hoofdstuk 5 besproken, dus is het niet nodig om deze hier te herhalen. Maar weet dat de gebeurtenissen van die Trompetten die voorafgaan aan de Zevende Trompet, allemaal hieraan verbonden zijn en het begin en de vervulling van de Zevende Trompet mogelijk maken.

De aankondiging van de Zevende Trompet begint met de volgende verklaring: ‘De koninkrijken van de wereld zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden, en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid’. Wanneer deze gebeurtenis die ook in de betekenis van Pinksteren vervat zit eenmaal vervuld is, en Christus terugkeert met de 144.000, wordt er nog meer betekenis van het Trompettenfeest vervuld die nog voorbijgaat aan deze gebeurtenis waarbij Christus als Koning der koningen aangesteld wordt.

Trompetten worden gebruikt om de komst van Christus als Koning der koningen aan te kondigen, maar hij wordt pas volledig gevestigd als Koning van de hele aarde wanneer hij samen met de 144.000 de volledige controle overneemt. De aankondigingen van de eerste 6 Trompetten worden gebruikt als een alarmsignaal voor oorlog voor Christus’ wederkomst. De 7de Trompet kondigt niet alleen Christus’ wederkomst aan, maar ook een oorlog die na zijn komst nog zal voortwoeden. Het doel van die oorlog is om Gods Koninkrijk onwrikbaar aan te stellen over alle landen ter wereld.

Hoewel dit in Hoofdstuk 7 al aan bod is gekomen, toch is het nuttig om de verzen die over deze gebeurtenis spreken nog een keer aan te halen.

‘En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en hij Die daarop zat, werd getrouw en waarachtig genoemd. En hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. En zijn ogen waren als een vuurvlam en op zijn hoofd waren vele diademen (‘kronen’ - is figuurlijk – heerst over alle landen). Hij had een naam, die opgeschreven was, en die niemand kent dan hijzelf. En hij was bekleed met een in bloed gedoopt bovenkleed, en zijn naam luidt: Het Woord van God (dat is Jozua de Christus). En de legers (de 144.000) in de hemel (de hemel en de atmosfeer boven de aarde, het luchtruim) volgden hem op witte paarden, gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos. En uit zijn mond kwam een scherp zwaard, opdat hij daarmee de volkeren zou slaan. En hij zal hen hoeden met een ijzeren staf. En hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmige toorn van de almachtige God. Er stond op zijn bovenkleed en op zijn dij deze naam geschreven: Koning der koningen en Heere der heren.’ (Openbaring 19: 11 - 16)

Dus deze uiteindelijke vervulling die door de Trompetten wordt uitgebeeld, die leidt tot de komst van Christus, gaat na zijn wederkomst nog verder met vervuld te worden. Dat gebeurt met het oog op de vestiging van zijn heerschappij in het Koninkrijk van God dat dan over de aarde zal regeren. En, zoals ook reeds eerder vermeld, dat is het moment dat Christus en de 144.000 zullen beginnen met diegenen te vernietigen die de aarde aan het vernietigen zijn.

Op die manier is dus het Trompettenfeest door middel van de Trompetten verbonden aan de betekenis van Pinksteren, waardoor het Millennium dat door het Loofhuttenfeest uitgebeeld wordt tot stand kan komen.

Nadat de Israëlieten uit Egypte verlost waren, nam het blazen van trompetten grote betekenis voor hen aan. Want tijdens hun veertig jaar durende zwerftocht door de wildernis (woestijn) werden trompetten gebruikt om instructies door te geven, vooral wanneer zij zich naar een andere kampplaats gingen verplaatsen. Trompetten werden ook gebruikt als waarschuwingssignaal voor oorlog. Het zou duidelijk moeten zijn dat het fysieke gebruik van trompetten door de Israëlieten ook van betekenis is in de vervulling van Gods plan en doel vervat in de betekenis van het Trompettenfeest.



DE VERZOENDAG

De vijfde jaarlijkse Sabbat is de Verzoendag. De Joden noemen dit Jom Kipoer, en de correcte dag waarop deze feestdag gehouden moet worden staat op de Romeinse kalender meestal onder diezelfde naam vermeld.

‘En de Here sprak tot Mozes: Maar op de tiende van de zevende maand is de Verzoendag; een heilige (geboden) samenkomst zult gij hebben en gij zult u verootmoedigen (door te vasten en zich van alle voedsel of drank te ontzien) en de Here een vuuroffer brengen. Op die dag zult gij generlei arbeid verrichten, want het is de Verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht van de Here, uw God.’(Leviticus 23: 26 - 28)

‘Generlei arbeid zult gij verrichten: het is een altoosdurende inzetting voor uw geslachten, in al uw woonplaatsen. Het zal u een volkomen Sabbat (jaarlijkse Sabbat) zijn en gij zult u verootmoedigen. Op de negende van de maand, des avonds (beginnen bij zonsondergang over de negende dag), van avond tot avond (tot zonsondergang de volgende dag), zult gij uw Sabbat vieren.’ (Leviticus 23: 32)

Deze jaarlijkse Sabbat beeldt het hele proces van Pascha tot en met het Trompettenfeest uit. Wanneer Christus teruggekeerd is en Satan uit het bijzijn van de mensheid verwijderd wordt zal het grootste deel van dat proces vervuld zijn.

Deze dag beeld het verzoeningsproces uit, het proces waardoor de mensheid met God verzoend (verenigd) kan worden. Wanneer het Trompettenfeest vervuld is, zijn de eerstelingen van God volledig met God verzoend – verenigd. Het hele proces dat geopenbaard wordt in het Pascha, Ongezuurde Broden, Pinksteren en het Trompettenfeest, toont ons hoe de eerstelingen in Gods Familie geboren konden worden – deel konden worden van het Koninkrijk van God.

Op dat moment zal dat volledige verzoeningsproces in de eerstelingen voltooid zijn, maar er blijven dan nog miljarden over die nog verzoend - verenigd - moeten worden met God. Iedere mens zal datzelfde proces moeten doorlopen dat de 144.000 die tijdens de eerste 6.000 jaar geroepen werden ondergaan hebben. Heel dat proces wordt door de Grote Verzoendag uitgebeeld. Iedereen zal in volledige overeenstemming en eenheid met God moeten komen – om één met Hem te worden.

Verzoend worden met God door het bloed van Jozua de Christus, begint met het Pascha. Wij moeten ons bekeren, uit geestelijk Egypte (zonde) komen, gedoopt worden en bevrucht worden met Gods geest.

Naarmate wij groeien en onze eigen natuur overwinnen, kan God de manier waarop wij denken beginnen te veranderen, en ons in eenheid en harmonie met Zijn ene ware levenswijze brengen. Nadat je dit hele proces met succes hebt doorlopen, zal je volledig één gemaakt kunnen worden met God door een verandering van sterfelijk naar onsterfelijk, van fysiek naar geestelijk, in het Koninkrijk van God.

‘Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen aanbiedt als een levende offerande, heilig en welgevallig aan God, dat is uw redelijke eredienst. En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is.’ (Romeinen 12: 1 - 2)

Het Koninkrijk van God is de Familie van God. Zij zal samengesteld zijn uit geestelijke wezens die eens fysiek waren. Zij zullen voor alle eeuwigheid één zijn met God.



Het lot van Satan en de Demonen

Deze dag beeldt dus het volledige verzoeningsproces met God - het volledig één gemaakt zijn met God - uit, maar er wordt ook nog een andere grote gebeurtenis door uitgebeeld. Deze dag beeld ook uit dat de grootste invloed die ons tot zondigen aanzet volledig uit het bijzijn van de mensheid verwijderd wordt.

In tegenstelling tot de eerste 6.000 jaar waarin dit slechts aan weinigen aangeboden werd, zal wanneer het Koninkrijk van God naar aarde komt, vanaf dat moment voorwaarts aan iedereen de mogelijkheid aangeboden worden om dit proces van verzoening met God te beginnen. Die periode van grote verlossing voor de mensheid zal vooral gedijen vanwege het lot wat Satan en de demonen beschoren is.

Wanneer Gods Koninkrijk komt, zal de mensheid van haar eigen destructiviteit gered zijn. Jozua de Christus zal dan samen met de 144.000, die bij zijn wederkomst opgewekt werden, over de aarde regeren. Gods wegen zullen de koers van de mensheid bepalen. De rechtspraak zal snel zijn. De kennis van God zal de aarde vervullen. Mensen zullen leren om in vrede en harmonie met elkaar te leven.

In die tijd zal er maar één religie op aarde zijn. Er zal slechts één regering over de aarde regeren. Iedereen zal de gelegenheid krijgen om de zevende dag Sabbat en de jaarlijkse Heilige Dagen te houden. Er zal grote harmonie, vrede en oprechte liefde heersen in families, gemeenschappen en het bedrijfsleven - voor iedereen die voor Gods manier van leven kiest.

Valse religies, politiek, lobbywerk, omslachtige bureaucratische regeringen, zakelijke hebzucht, drugssmokkel, mensenhandel en alle andere kwaad dat in onze wereld vandaag bestaat, zal dan niet langer toegestaan worden. Zakelijke hebzucht zal plaats maken voor samenwerking, die erop gericht is om anderen en de planeet ten goede te komen.

Maar zelfs met al die geweldige verbeteringen die de mensheid gedurende die periode zal kunnen genieten, zal er nog steeds één groot obstakel in de weg blijven staan van volledige vrede, harmonie en voorspoed voor de mensheid. Dat obstakel is Satan en zijn demonen (de engelen die samen met hem rebelleerden). De Grote Verzoendag beeld uit dat Satan en de demonen uit het bijzijn van de mensheid verwijderd worden.

Lucifer was één van Gods aartsengelen. Hij kreeg samen met een derde van het engelenrijk de verantwoordelijkheid om voor de aarde te zorgen. Deze grote aartsengel stond aan het hoofd van Gods regering op aarde. Zijn verhaal is er een van hoogmoed en opstand tegen God. Jesaja 14: 12 - 14 en Ezechiël 28:12-17 geven een beknopt beeld van het leven van dit wezen, maar gefragmenteerd doorheen de Bijbel je kan nog veel meer over dit verhaal terugvinden.

God heeft de tijdsduur van de timing van deze verschillende gebeurtenissen niet geopenbaard. Maar de bewijslast in ons zonnestelsel en op aarde in combinatie met de ware verslagen in de Bijbel onthullen veel. Miljoenen jaren geleden schiep God het heelal met onze aarde. Maar zoals gezegd, God heeft nergens in de Bijbel de exacte timing noch de precieze volgorde van deze gebeurtenissen geopenbaard.

Voordat Hij het fysieke universum en de aarde schiep, schiep God het engelenrijk. God is geest en deze wezens die Hij schiep zijn ook geest. Buiten dit geestenrijk bestond er niets. Het beperkte vermogen van de menselijke geest (verstand) is enkel in staat om de ons omringende fysieke wereld te bevatten, en ons vermogen om de geestenwereld te begrijpen beperkt zich tot fysieke concepten daarvan. God openbaarde dat Hij een fysiek universum schiep met daarin de aarde. Er staat geschreven dat de engelen zich zeer verheugden over Gods fysieke schepping.

God openbaarde aan het engelenrijk stukken van Zijn plan om Zijn eigen Familie te scheppen door middel van mensen. In Hebreeën wordt geopenbaard dat het engelenrijk – het koninkrijk der engelen – geschapen werd om op termijn diegenen te gaan dienen, die eerst een fysiek leven zouden leiden om uiteindelijk in Gods eigen Familie geboren te worden.

Op een gegeven moment begon Lucifer meer voor zichzelf te verlangen. Hij was het niet eens met Gods plannen en Zijn doel met de fysieke schepping. Hij rebelleerde tegen God en bijna een derde van het engelenrijk rebelleerde uiteindelijk samen met hem. Het gevolg was dat de engelen een grote oorlog moesten uitvechten, die ook grote gevolgen had in de fysieke schepping.

Bij de oorspronkelijke schepping van de aarde zei God dat zij perfect en van een grote schoonheid was. Er was leven op aarde, maar dit was niet hetzelfde leven dat op aarde zou bestaan wanneer de mens eenmaal geschapen zou worden. De aarde bevatte vroege levensvormen op het land, in de lucht en in de zee. Je kan in vele musea en overal ter wereld verspreid overblijfselen van skeletten van deze schepselen terugvinden.

Wat gebeurde er? Wetenschappers proberen hun ’intellectuele’ interpretaties hierover te geven, maar de eenvoudige realiteit is dat ten tijde van Lucifers’ opstand alles razendsnel vernietigd werd. Alle leven op aarde werd in een oogwenk verwoest. Dat gebeurde honderdduizenden jaren geleden. Het begin van het verhaal in Genesis spreekt over de schepping van de mens, samen met het geschikte planten- en dierenleven voor de leefwereld van de mens. Hier wordt niet de oorspronkelijke schepping van de aarde beschreven – want die vond heel lang voor de schepping van de mensheid plaats.

‘In het begin (In het Hebreeuws bestaat er geen bepaald lidwoord. Daarom zou er hier ‘In een begin’ moeten staan) schiep God de hemel en de aarde (In een begin, schiep God de aarde en het heelal gedurende een lange tijd – vele miljoenen jaren geleden. Er was geen sprake van ‘evolutie’, maar wel van een lange periode van scheppingswerk). De aarde nu was (Hebreeuws – ‘was geworden’) woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water.’ (Genesis 1: 1 - 2)

In dit verslag bestond de aarde dus al. Zij werd oorspronkelijk vele miljoenen jaren eerder geschapen. Maar zij was vervallen tot een lege woestenij. Heel de aarde was in duisternis gehuld. En er staat geschreven dat de kracht van Gods geest zich over de wateren van de aarde begon te bewegen, omdat die wateren reeds bestonden. Vervolgens begon Gods geest over heel de aarde te werken – om het leven op aarde te herstellen. Het hele plaatje was er een van chaos toen God begon met het aangezicht van de aarde te vernieuwen, zoals in de Psalmen beschreven staat. Dus ja, de aarde is miljoenen jaren oud, maar de mensheid is hier nog maar 6.000 jaar.

Omdat God Zijn plan bekend maakte dat Hij Zijn eigen Familie – Elohim - zou scheppen, die veel grootser zou zijn dan het engelenrijk, begon Satan zich tegen God te keren. Hij verfoeide Gods plan om wezens te scheppen die mettertijd grootser dan hem zouden worden. En toen hij eenmaal een derde van het engelenrijk had doen overhellen naar zijn jaloerse denken, werden zij vastbesloten om alle leven op aarde te vernietigen. En dat is precies wat zij deden, zij vernietigden alle leven op aarde in een oogwenk. God heeft nog niet aan de mensheid geopenbaard hoe dit alles precies gebeurd is, maar wel dat het gebeurde.

Toen die opstand plaatsvond, veranderde God Lucifers naam in Satan, en de engelen die hem gevolgd waren kwamen bekend te staan als ‘demonen’. God beperkte hun bewegingsvrijheid tot de aarde. Hun aanwezigheid op aarde en hun invloed op de mensheid zouden dienen als een onderdeel van Gods plan, om te openbaren hoe slecht en vernietigend alles wat zich tegen Zijn rechtvaardige wegen verzet wel niet is.

Toen Lucifer rebelleerde kwam er een einde aan Gods regering op aarde op. Maar nu, in onze tijd, zal die regering van God terug hersteld worden. Jozua de Christus zal het Koninkrijk van God terug invoeren – de regering van God over de aarde.

De Grote Verzoendag beeld dus inderdaad ook de verwijdering van Satan en zijn demonen uit het bijzijn van God en de mensheid uit. Zij zullen niet langer in staat zijn om de mensheid te beïnvloeden en te misleiden, behalve voor een heel korte periode aan het einde van de 1.100-jarige regering van het Koninkrijk van God. En dan zal deze Grote Verzoendag nog betekenisvoller zijn, omdat dan Satan en de demonen nogmaals verwijderd zullen worden, maar deze keer voor altijd – voor alle eeuwigheid.

De Grote Verzoendag beeld een tijd uit, dat Satan en de demonen niet langer deel zullen uitmaken van Gods toekomstplannen en zijn doel voor het verdere eeuwigdurende leven. Daarentegen geeft deze jaarlijkse Sabbat ook een prachtig beeld van hoe deze wereld volledige met God verzoend zal worden.



HET LOOFHUTTENFEEST

Deze periode is van grote betekenis, maar we zullen hier slechts een beknopte versie van dit seizoen in de jaarlijkse Heilige Dagen weergeven. Leviticus 23 vervolgt met het oplijsten van de jaarlijkse Heilige Dagen en beschrijft als laatste een Feest dat acht dagen lang duurt. De eerste zeven dagen daarvan worden het Loofhutten Feest genoemd, en de eerste dag daarvan is een jaarlijkse Sabbat. Die periode van zeven dagen wordt gevolgd door een achtste dag die ook een jaarlijkse Sabbat is, de laatste dag in de openbaring van het plan van God. Zij wordt de Laatste Grote Dag genoemd.

Dit Loofhuttenfeest beeld de tijd uit dat het Koninkrijk van God voor 1.000 jaar over de mensheid zal regeren. Er is al veel gezegd over de komst van de Messias en zijn heerschappij op aarde. Dit feest beeld het tijdperk uit dat nu op het punt staat om op deze aarde te beginnen. Dat tijdperk zal aanbreken wanneer Christus samen met de 144.000 zal ingrijpen om Wereld Oorlog III te stoppen.

Zoals eerder gezegd, de wekelijkse Sabbat beeld de laatste 1.000 jaar van het 7.000-jarige plan van God uit. Het Loofhuttenfeest gaat ook grotendeels over diezelfde periode, en beeld dus ook die laatste 1.000 jaar uit wanneer het Koninkrijk van God over alle landen zal regeren. Omdat er in dit boek al veel geschreven is over die periode van het Millennium, is het niet nodig om dat alles hier nogmaals te herhalen.

Dit zevendaagse Feest wordt het ‘Loofhutten’ Feest genoemd omdat God de Israëlieten in het Oude Testament opdroeg om voor zichzelf in open lucht een soort van hutje te maken; een tijdelijke eenvoudige constructie van takken, twijgen en loof (bladeren of palmbladeren). De Israëlieten moesten dan elke dag van het Feest een korte tijd in zo’n hutje gaan zitten, specifiek om zich te herinneren en te overdenken hoe God hen uit de slavernij van Egypte verlost had en hen vervolgens naar een land van overvloed – het beloofde land – geleid had. Zij moesten zich herinneren dat de kinderen Israëls 40 jaar lang in tijdelijke woningen (hutten, tenten) verbleven hadden terwijl zij door de wildernis (woestijn) rondzwierven, totdat God hen in het beloofde land bracht.

Dit Feest moest op die manier gehouden worden totdat de Kerk van God in 31 na Christus opgericht werd. Want precies zoals Christus de manier waarop het Pascha gehouden moest worden veranderde toen de Kerk begon, werd ook de manier waarop het Loofhutten Feest gevierd moest worden veranderd. De Israëlieten moesten in fysieke zin hun aandacht richten op hoe God hen uit Egypte bevrijd had, en hen naar een land geleid had wat Hij aan hen gaf.

Maar voor de Kerk openbaarde God dat de manier waarop dit Loofhutten Feest nu gevierd moet worden, een geestelijke vorm is van wat de Israëlieten op fysiek vlak vierden.

Gods plan en doel dat in dit seizoen van de jaarlijkse Heilige Dagen geopenbaard wordt, gaat over hoe Hij de mensheid in een soort van geestelijk beloofd land – een geestelijke erfenis – aan het binnenleiden is. Als fysieke mensen krijgen wij tijdelijke woonplaatsen – ons fysieke lichaam – waarin wij ons fysieke leven moeten leven. Maar het is Gods doel om de mensheid, op Zijn tijd, de mogelijkheid aan te bieden om verlost te kunnen worden van de slavernij aan haar eigen egoïstische menselijke natuur en de wegen van de mensheid, die op geestelijk niveau te vergelijken zijn met een geestelijke gevangenschap (slavernij) in Egypte.

Hoewel de mensheid nu slechts tijdelijk leven in een fysiek menselijk lichaam heeft, toch is het Gods bedoeling om haar tot eeuwig leven in geestelijke lichamen te leiden – niet langer tijdelijk in een tijdelijk ‘verblijf’, maar voor eeuwig in een geestelijke ‘verblijf’ in de God Familie - in Elohim.

Net zoals de fysieke Israëlieten, kan ook de mensheid bevrijd worden uit de verdorvenheid en de gevangenschap van het leven in tijdelijke onderkomens terwijl zij zich door de wildernis (woestijn) van het fysieke leven beweegt. Met de hulp en de kracht van Gods heilige geest kan de mensheid geestelijk groeien tot op het moment dat zij verlost kan worden en een geestelijk beloofd land kan binnentreden – een onvergankelijke erfenis in het Koninkrijk van God als Elohim.



DE LAATSTE GROTE DAG

De extra dag – de achtste dag - die op het Loofhutten Feest volgt, wordt in Gods Kerk traditioneel met twee namen aangeduid: de Laatste Grote Dag of het Oordeel van de Grote Witte Troon. Het is de zevende en laatste van de jaarlijkse Sabbatten van God. Het is een opwindende openbaring in het plan van God. Zoals de vroege voorjaarsoogst door Pinksteren wordt uitgebeeld, wordt de grotere herfstoogst uitgebeeld door het Loofhutten Feest en de Laatste Grote Dag waarmee de laatste 100 jaar afgerond worden.

De Laatste Grote Dag beeldt de tijd uit van het grote oordeel dat volgt op de 7.000-jarige periode van Gods plan. Het is een periode van oordeel die 100 jaar beslaat. Dit is de periode die eerder in dit boek besproken werd, wanneer er geen menselijk leven meer geboren zal worden. Na die periode van 7.000 jaar zal er een einde komen aan de verwekking en geboorte van menselijke wezens.

Omdat we deze slotperiode van het menselijke bestaan tijdens die laatste honderd jaar reeds in detail in hoofdstuk 7 besproken hebben, is het niet nodig om dit alles hier te herhalen. Houd gewoon in gedachten dat dit is waar het in deze zevende Heilige Dag allemaal om draait.

Het is de tijd wanneer miljarden mensen tot een tweede fysiek leven opgewekt zullen worden. Tijdens die periode van 100 jaar zal iedereen die dan een tweede fysiek leven krijgt de gelegenheid hebben om voor Gods levenswijze te kiezen en daarnaar te gaan leven. En als zij hiervoor kiezen, dan kunnen ook zij deel worden van de Familie van God – het Koninkrijk van God – en geboren worden als geestelijke wezens, precies zoals de 144.000 voor hen.

Zij die dit weigeren zullen voor een tweede keer sterven – een tweede dood – waarna zij nooit meer leven zullen ontvangen. Het oordeel van God over diegenen die geen deel van Zijn Familie willen worden, is geen veroordeling tot eeuwige marteling. Het is gewoonweg een straf die eeuwig zal gelden. Het is de dood – om nooit meer opgewekt te worden – een eeuwige straf.

Tijdens die laatste 100 jaar zullen er miljarden mensen opgewekt worden. En zowel de ouderen als de jongeren die geleefd hebben en gestorven zijn die dan opgewekt zullen worden, zullen opnieuw leven ontvangen in een gaaf en compleet menselijk lichaam dat blaakt van gezondheid. Zij zullen dan kunnen kiezen of zij deel van Gods eeuwige Familie willen worden. Dat is het verhaal van de Laatste Grote Dag en voltooiing van de schepping van Elohim!